Ziektebeelden ten gevolge van exorfinen
DPP-IV/CD26, het 'Moonlighting enzym'
Exorfinen bij baby's
β-casomorphin-7, een exorfine uit melk met serotonine verstoring



Referenties: ziektebeelden ten gevolge van exorfinen

Engelstalige termen

  • exorfinen van gluten: exorphin
  • exorfinen van melk: Ŗ-casomorphin
  • exorfinen van soja: soymorphin
  • exorfinen van spinazie: rubiscolin
  • Ŗ-endorfine receptor: mu opioid receptor of μ-opioid receptor



  • - prostaatkanker: bron
    - obstipatie: bron
    - immunosuppressieve werking: bron
    - diabetes type I: bron
    - hartfalen: bron
    - toename van de allergieŽn: bron 1, 2 en 3
    - wiegedood: bron  
    - epilepsie: bron
    - geheugenverlies: bron
    - autisme en schizofrenie: bron
    - postnatale psychose: bron
    - vertraagde psychomotorische ontwikkeling van kinderen: bron 1 en 2
    - afname van serotonine: bron
    - veroorzaakt histamine vrijgave zoals bij allergieŽn: bron
    - verlaging van het thyrothropine vrijmakend hormoon (het hormoon dat de schildklier stimuleert tot het vrijmaken van schildklierhormonen): bron
    - verhoogt de behoefte voor vetrijk eten: bron
    - verhoogt de slijmvorming in de luchtwegen: bron
    - lacterende moeders met allergieŽn hebben de hoogste exorfinen belasting: bron
    - overzicht van de studies aangaande melk-exorfinen: bron
    - moeders met een hoge exorfinen belasting hebben meer baby's en peuters met allergieŽn en atopische dermatitis: bron
    - borstkanker: bron
    - pseudo-allergische huidreacties bij kinderen met een hoge melk-exorfinen belasting: bron
    - slaapapneu en onregelmatige ademhaling: bron
    - melk-exorfinen veroorzaken toegenomen immunologische activiteit bij kinderen via overstimulatie van de hersenstam: bron
    - melk-exorfinen zijn serotonine antagonisten: bron
    - exorfinen hebben een nadelig effect op de hormonale immuniteit: bron
    - exorfinen verlagen de gevoeligheid voor morfine: bron
    - melk-exorfinen vertragen de darmbewegingen (peralstiek): bron
    - exorfinen verhogen de afgifte van prolactine (= een dopamine antagonist): bron
    - exorfinen belasting komt vaak voor bij kinderen met autisme: bron
    - exorfinen-vrij dieet vermindert reflux en maagzuur oprispingen: bron
    - exorfinen verhogen insuline en glucagon spiegels: bron


    Wiegedood

    Wiegedood of SIDS (Sudden Infant Death Syndrome) is de oorzaak van overlijden bij baby's tussen het einde van de eerste maand en een jaar. (Brooks 1982)
    Onderzoek (Sun et al. 2003) toonde aan dat alle kinderen met wiegdood een kenmerk gemeen hebben, namelijk melk dat hun enige voedingsbron is. Bij baby's die overleden aan SIDS werden hoge concentraties bŤta-Casomorphin 7 (BCM-7), een exorfine aangetroffen.  bron  
    BCM-7 wordt niet gehinderd door de bloed-hersenbarriŤre omdat deze filter tegen ongewenste stoffen bij baby's nog niet (goed) werkt. BCM-7 gaat via de hersenstam (primitieve hersenen) (Pasi, Mahler, Lansel et al., 1993) het zenuwstelsel verstoren en kan een een ademhalingsdepressie of ademhalingsstilstand veroorzaken met de dood als gevolg.  BCM-7 wordt meestal via niet-humane melk (Wilson, Self & Hamburger, 1990) doorgegeven.  bron


    Daling van wiegedood in Nederland vooral door het opnieuw invoeren van moedermelk
    bron


    Kenmerken van een exorfine overbelasting bij baby's en peuters

    Het is niet zo dat de kenmerken van een exorfine overbelasting eenduidend zijn. Sommige exorfinen werken sederend, andere zijn exciterend, weer andere veroorzaken gastro-intestinale problemen enz...
    Vaak voorkomende symptomen zijn:

    - reflux (overgeven), als dan niet projectiel
    - veel huilen (door de darmkrampen)
    - otitis media (oorontsteking)
    - astma en andere longproblemen


    Schizofrenie

    De opvattingen ten aanzien van voeding staan los van wat het wetenschappelijk onderzoek te vertellen heeft. Reeds in 1988 werd aangetoond dat de toename van psychose en schizofrenie gelijk loopt met de toegenomen consumptie van tarwe en rogge exorfinen (bron). Een onderzoek van 1990 onder leiding van dr. Reichelt laat zien dat bijna alle schizofrenie patiŽnten die consequent een exorfinen-vrij dieet volgden, na 56 weken symptoomvrij waren (bron). De patiŽnten die na deze periode opnieuw exorfinen consumeerden hervielen binnen de 48 uur in hun symptomen.  




    Diabetes type 1 en hartfalen



    In landen met het grootste exorfinen melkverbruik, komt diabetes type 1 het meest voor: bron



    In landen met het grootste exorfinen melkverbruik, komt hartfalen het meest voor: bron






    DPP-IV/CD26, het 'Moonlighting enzym'



    DPP-IV of Dipeptidyl peptidase-IV is het enzym dat de opioÔde peptiden van exogene oorsprong (exorfinen) afbreekt en behoort tot de serine proteasen (aminopeptidase).  DPP-IV heeft een membraangebonden aanwezigheid en is aangetoond in lever, long, nier, darmslijmvlies, mond, lymfocyten, huid, prostaat en endotheelcellen. Ook een oplosbare extracellulaire vorm van DPP-IV is in de circulatie aangetoond en blijkt onverminderd enzymatisch actief. In de onderstaande tabel zijn een aantal catalytische functies van DPP-IV/CD26 weergegeven.  


    Een aantal DPP-IV/CD26 functies (bron: CD26, let it cut or cut it down, prof. Ingrid De Meester,)


    Andere benamingen voor DPP-IV zijn 'adenosine deaminase complexing protein 2' en CD26. CD staat voor  'cluster of differentiation' of 'cluster of designation' wat een protocol is voor de identificatie van moleculen op het celoppervlak van leukocyten (witte bloedcellen). CD moleculen kunnen zich gedragen als receptor of ligand (molecule die de receptor activeert). DPP-IV verandert in CD26 als het betrokken wordt bij de T-cel activatie in het immunologisch proces. T-lymfocyten (T-cellen) vormen een belangrijk onderdeel van het specifieke immuunsysteem (cellulaire immuunrespons). De functie van T-lymfocyten bestaat uit het herkennen van "niet lichaamseigen" antigenen. T-lymfocyten kunnen alleen antigenen herkennen als de antigenen als het ware "gepresenteerd" worden aan de T-lymfocyt, dit proces heet antigeen presentatie. Eenmaal de indringer geÔdentificeerd is, gaan de T-lymfocyten deze vernietigen.






    Exorfinen bij baby's


    Wiegedood

    Wiegedood of SIDS (Sudden Infant Death Syndrome) is de oorzaak van overlijden bij baby's tussen het einde van de eerste maand en een jaar. (Brooks 1982)
    Onderzoek (Sun et al. 2003) toonde aan dat alle kinderen met wiegdood een kenmerk gemeen hebben, namelijk melk dat hun enige voedingsbron is. Bij baby's die overleden aan SIDS werden hoge concentraties bŤta-Casomorphin 7 (BCM-7), een exorfine aangetroffen.  bron  
    BCM-7 wordt niet gehinderd door de bloed-hersen-barriŤre omdat deze filter tegen ongewenste stoffen bij baby's nog niet (goed) werkt. BCM-7 gaat via de hersenstam (primitieve hersenen) (Pasi, Mahler, Lansel et al., 1993) het zenuwstelsel verstoren en kan een een ademhalingsdepressie of ademhalingsstilstand veroorzaken met de dood als gevolg.  BCM-7 wordt meestal via niet-humane melk (Wilson, Self & Hamburger, 1990) doorgegeven.  bron


    Daling van wiegedood in Nederland vooral door het opnieuw invoeren van moedermelk
    bron


    Kenmerken van een exorfine overbelasting bij baby's en peuters

    Het is niet zo dat de kenmerken van een exorfine overbelasting eenduidend zijn. Sommige exorfinen werken sederend, andere zijn exciterend, weer andere veroorzaken gastro-intestinale problemen enz...
    Vaak voorkomende symptomen zijn:

    - reflux (overgeven), als dan niet projectiel
    - veel huilen (door de darmkrampen)
    - otitis media (oorontsteking)
    - astma en andere longproblemen





    β-casomorphin-7, een exorfine uit melk met serotonine verstoring



    Kleine kinderen slapen makkelijker in met een glas warme melk. Het onderliggende mechanisme is dat Casomorphin, de exorfinen uit melk (*) vrijwel onmiddellijk wordt opgenomen in de bloedbaan en daar gedurende ongeveer een kwartiertje tot een uur een licht verdovende werking uitoefent. Niet alle exorfinen - ook binnen de onderverdeling van de groep -  zijn verdovend, sommige hebben een exiterende functie. Bij muizen oefent Rubiscolin-5 (spinazie) alleen een stimulerend effect bij wijfjes.  β-casomorphin-7 is de meest potente Casomorphin ondanks Exorphin B5 (gluten) dat moleculair gezien 100 keer krachtiger is dan morfine.
    β-casomorphin-7 heeft niets te maken met lactose of met een lactose intolerantie en alles met caseÔne (**). Lactosevrije melk kan het probleem dus niet verhelpen.

    (*) Melk bevat caseÔnes en wei-eiwitten. Uit caseÔnes worden door hydrolyse opioid agonisten gevormd als b-casomorphines en lactorphines (Froetschel, 1996). Peptiden die in wei voorkomen, zijn vaak opioide antagonisten (Pihlanto-Leppšlš et al ., 1994).  Melk was de meest belangrijke bron van opioide peptiden, recent onderzoek heeft een nieuwe exorfine gevonden - Soymorphin uit soja - die krachtiger zou zijn dan melk.

    (**) CaseÔne is vooral van belang voor de beschikbaarheid van calcium en fosfaat uit melkproducten. Zonder de opname van caseÔne vormen calcium en fosfaat in melk onoplosbare complexen en zijn om deze reden niet voor absorptie beschikbaar. Bij een Casomorphin overbelasting is melk dus geen bron van calcium, maar een bron van ergernis, aangezien de caseÔne zich gaat nestelen in membraanorganen zoals de longen en het slijmvlies verhard. In de darmwand gaat het zich nestelen in het membraan waardoor er openingen of leaky gut kan ontstaan.

    Casomorphin, een opioÔde peptide uit melk (caseÔne) is een histamine releaser en is sterk neurotoxisch. bron  
    Een te hoge histamine concentratie wordt in verband gebracht met de neiging tot rituele handelingen, dwangmatig handelen en herhalingsgedrag.
    Histamine staat in verband met allergieŽn. Als je de vrijgave van histamine kunt controleren, kun je in principe allergieŽn zoals hooikoorts, eczeem en astma aan de basis behandelen. (bron 1 en 2)
    OpioÔde peptiden van exogene oorsprong (voeding, bv. melk en gluten) dragen bij tot uitstelgedrag, verminderde immuniteit (waardoor meer voeding-intoleranties), auto-immuunziekten zoals diabetes en concurreren endorfine weg van de endorfine receptoren. β-casomorphin-7 is tevens een serotonine (*) receptor antagonist en wordt zoals alle opioÔden doorgegeven via de moedermelk. (bron<)
    Serotonine receptor antagonisten binden zich aan de neuron receptor, maar leiden niet tot activiteit. Ze blokkeren de toegang tot serotonine en gaan zo de werking van serotonine tegen.
    In normale omstandigheden worden de opioÔde peptiden afgebroken door het DPP-IV enzym complex. Bij ADD en ADHD zien we dat meer dan de helft een DPP-IV deficiŽntie heeft, bij ASS is dit meer dan 90%. (zie verder)  
    De gunstige psychologische effecten van een week sappenkuur is bij sommigen deels te verklaren door een vermindering van opioÔde peptiden. De neurologische werking van de opioÔde peptides is op een qEEG waar te nemen en kan via urineonderzoek gescreend worden.
    Een opioÔde peptiden overbelasting komt vaak voor bij patiŽnten met een psychiatrisch opname verleden (schizofrenie, psychose, borderline). Deze mensen zijn vaak geholpen een eliminatiedieet zonder opioÔde peptiden. (voorbeeld)
    β-Casomorphin-7 stimuleert de vrijgave van intestinale mucus (slijm) secretie in de darm met 500%. (bron 1 en 2)
    Door een DPP-IV tekort kan de caseÔne in melk (producten) niet worden afgebroken en wordt het darmslijmvlies sterk geÔrriteerd, met onstekingen en leaky gut als mogelijke complicaties.

    (*) Serotonine wordt ook wel het 'meester-molecuul' of 'politieagent van de hersenen' genoemd. Hiermee wordt aangegeven dat serotonine ook andere neurotransmitters reguleert. Het is de voornaamste regulator van dopamine en is betrokken bij endorfinen en noradrenaline.  Het is betrokken bij stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust. Het speelt ook een rol bij de verwerking van pijnprikkels (endorfinen). Serotonine zorgt ervoor dat bloedvaten vernauwen zodat er minder bloed aangevoerd wordt (Fox, 1996).

    Serotonine

    Exorfinen wijzigen de manier waarop het lichaam met serotonine, dopamine en endorfine omgaat, dit laatste vanwege de agonistische (concurerende) werking op endorfine receptoren die zowat overal in het lichaam voorkomen, ook in kankercellen. De exorfinen bezetting van endorfine receptoren op kankercellen schakelt het mechanisme uit dat kanker herkent. bron
    Dit zou een verklaring kunnen waarom mensen met ADD, ADHD en ASS tot 100 keer meer kans hebben om bepaalde kankers (bv. darmkanker) te ontwikkelen.
    Serotonine wordt voor 90% aangemaakt en opgeslagen in de darm (enterochromaffine cellen in de mucosa van de gastrointestinale tractus) tegenover 2% in de hersenen. Mensen met darmproblemen hebben vaak een serotonine tekort. Indien de darmproblemen gepaard gaan met een exorfinen overbelasting t.g.v. een DPP-IV tekort, funtioneren de serotonine receptoren in de hersenen minder goed.
    De psychedelische drugs psilocin/psilocybin, DMT, mescaline, en LSD imiteren de actie van serotonin op de 5-HT2A receptoren.
    β-casomorphin-7- is een (5-HT2) serotonine receptor antagonist. 5-HT2 staat voor het soort receptor. De 5-HT2 receptor is aanwezig op de gehele cerebrale frontale cortex en het zenuwstelsel. Virussen maken gebruik van neuronreceptoren om zich in de hersenen te verspreiden, een voorbeeld is het polyomavirus (bron) en het JC-virus.  bron


    Serotonine in de synapsspleet


    Functies van de 5-HT2A receptoren

    - vasomotorische bewegingen (bloedvat vernauwing en verwijding)
    - contracties in het gastrointestinaal trajct en bronchieŽn
    - slaapkwaliteit (melatonine wordt verder ook geproduceerd uit serotonine)
    - centraal zenuwstelsel: neurale exitatie, gedrag, leren en onrust
    - serotonine speelt een belangrijke rol bij de hemostase (stoppen van een bloeding), voornamelijk door een
      versterkend effect op twee stoffen (adenosinedifosfaat en trombine) betrokken bij het stollen.
      SSRI's (antidepressiva) blokkeren de afgifte van serotonine uit de bloedplaatjes en blokkeren de opname van
      serotonine in bloedplaatjes. Dat leidt tenslotte tot bloedingsproblemen, met name door een verlenging van de
      bloedingstijd, wat zich onder andere kan uiten in blauwe plekken.
    - verminderde 5-HT2A receptor functie verhoogt de kans op suicidaal gedrag.