De dynamiek van ontgiften
DeficiŰnte detox-ratio
Kenmerken van een verlaagde detox-ratio
Kinderen zijn gevoeliger voor xenobiotica
Geneesmiddelen
Enzymen
Detoxreacties
Fase I ontgifting
Fase I remmers
Fase I versnellers
Fase II ontgiftiging (conjugatie)
(on)evenwicht tussen Fase I en II
Problemen met Fase I
Problemen met fase II
Vrije radicalen en antioxidanten (ORAC)
Kanker preventie en de P450 route
Toxine overbelasting en CVS
E-nummers met de meest voorkomende problemen
De toxiciteit van aceetaldehyde
De toxiciteit van cadmium



De dynamiek van ontgiften


De mitochondriale detoxratio

Endogeen ontgiften is het verwijderen van lichaamseigen afvalstoffen en lichaamsvreemde stoffen (xenobiotica). Het verwijderen van vetoplosbare stoffen wordt voornamelijk uitgevoerd door het eiwit metallothione´ne en de P450 cytochroom enzymen. Deze laatste bevinden zich in de lever t.h.v. de mitochondria.
Mitochondria zijn de Ĺenergiecentralesĺ van de cel. Ze stammen af van primitieve bacteriŰn die miljarden jaren geleden een samenwerking (symbiose) zijn aangegaan met andere cellen. Als gevolg van deze afkomst hebben ze hun eigen DNA (mtDNA), dat onafhankelijk is van het DNA in de celkern, en kunnen ze zich dus ook zelfstandig delen. Dat laatste moeten ze regelmatig doen, een mitochondrium leeft tussen de vijf en twaalf dagen. Omdat ze zo vaak delen, is het heel belangrijk dat er geen fouten in het DNA sluipen. Sommige xenobiotica beschadigen het mtDNA, waardoor de reproductie van de mitochondria afnemen of waardoor de mitochondria defecten gaan vertonen. Hierdoor komen zowel de energieproductie in het gedrang als de ontgifting zelf.
De hersenen bevatten de meeste mitochondria per cel (9000). In de lever zijn dat er 3000 per cel.

In de mitochondria vinden wel meer dan 100 verschillende stofwisselingsstappen plaats.  Het zijn de energiefabriekjes van de cellen, waar suikers en vetten verbrand worden om bio-energie (ATP) aan te maken voor de groei en het onderhoud van het lichaam en voor de normale werking van weefsels als de hersenen, de spieren, de lever, de darmen enz.
In de lever-mitochondria vindt tevens de lipofiele (vetoplosbare) ontgifting plaats. De P450 cytochroom enzymen die hierbij betrokken zijn, hebben een beperkte ontgifting-capaciteit, ook wel drempelwaarde genoemd. Wordt deze waarde overschreden ontstaat accumulatie van toxische stoffen die op hun beurt een deel van de P450 cytochroom enzymen gaan verstoren, sommige van deze enzymen gaan dan te snel of te traag of helemaal niet werken.

De schade die wordt aangebracht aan het mtDNA ontstaat voornamelijk door de vrije radicalen. Het menselijk lichaam maakt per dag zowat een miljard vrije radicalen aan. Aangezien vrije radicalen (ROS of Reactive Oxygen Species) binnen een fractie van een seconde moeten geneutraliseerd worden door antioxidanten, is de aanwezige voorraad antioxidanten (ORAC) ontzettend belangrijk voor het beperken van de vrije radicalen. Er wordt aangenomen dat een volwassenen 4000 ORAC eenheden per dag nodig heeft.
Met het ouder worden neemt de mitochondriale activiteit af. Hierdoor wordt minder energie (ATP) beschikbaar gesteld waardoor men zich moe gaat voelen. Bij AD(H)D en ASS is de gebrekkige mitochondriale activiteit te vergelijken met dit van het verouderingsproces. Hierdoor voelen mensen met AD(H)D en ASS zich vaak zo moe.

Schematisch overzicht van de detoxificatie-route en de problematiek



Ontgiften of het ontgiften ondersteunen

Ontgiften kan op twee manieren. Ofwel gaat men stoffen suppleren die tot doel hebben de taak van de endogene ontgifting over te nemen. Deze manier van ontgiften is niet ondersteunend en moet regelmatig herhaald worden. Bovendien worden de afwijkende (trage) hersengolven hiermee niet genormaliseerd.
Een andere manier van ontgiften is de de endogene ontgifting ondersteunen waarbij het lichaam zelf het werk doet. Deze werkwijze heeft de volgende voordelen:

- herstel van Fase I en II van de ontgifting
- eliminatie van de factoren die de enzymactiviteit verstoren
- normalisatie van de hersengolven
- tijd- en kostenbesparend

Onze praktijk maakt uitsluitend gebruik van een methode waarbij de endogene ontgifting wordt ondersteund omdat dit naar onze ervaring de enige manier is om het probleem aan de basis aan te pakken.



Slecht ontgiften is net zo genetisch als ADD/ADHD en ASS

Mensen met ADD/ADHD en ASS zijn algemeen genomen slechte ontgifters. Slecht ontgiften is voornamelijk een eiwit (metallothione´ne) en een enzym (P450 of CYP-enzymen) probleem.   Slechte ontgifters hebben vooral veel problemen met geneesmiddelen, ook wel aangeduid als bijwerkingen (ongewenste werkingen). Bijwerkingen van antidepressiva en stimulantia worden bijvoorbeeld mede veroorzaakt door het enzym CYP2D6, CYP2E1 en CYP3A4, enzymen die bij mensen met ADD/ADHD en ASS niet zo goed functioneren.
In de onderstaande illustratie ziet u een schematisch overzicht van de ontgifting van zware metalen en vetoplosbare (lipopfiele) stoffen.



De P450 of CYP-enzymen zorgen samen met het eiwit metallothione´ne voor de afbraak van de meeste lichaamsvreemde (xenobiotica) en lichaamseigen (endogene) stoffen.
Er wordt vaak gezegd dat gewasbeschermers (bv. pesticiden) en additieven (E-nummers) onschadelijk zijn voor de mens. Dit is een halve waarheid omdat slechte ontgifters deze stoffen opstapelen. Mensen die bijvoorbeeld een defect hebben met de enzymen die deze stoffen moeten neutraliseren, krijgen na verloop van tijd een chronische overbelasting of intoxicatie.
Mannen met een vergrote prostaat en prostaatkanker zijn bijvoorbeeld trage CYP3A4 metaboliseerders. Mensen die slecht tegen alcohol kunnen zijn trage CYP2E1 metaboliseerders en hebben meer kans om candida te ontwikkelen. Heel wat ziekten vinden hun oorsprong in factoren die deze CYP-enzymen verstoren. Het genezingsproces kan snel opschieten als deze factoren worden aangepakt.

Xenobiotica

Xenobiotica (lichaamsvreemde stoffen) zijn stoffen die (kort samengevat) worden geneutraliseerd door een tweetal natuurlijke detoxificatie-mechanismen:

1. het eiwit metallothione´ne
2. Fase I en II van de ontgifting



Depressie, chronische vermoeidheid, fibromyalgie, MCS en tal van andere aandoeningen vinden hun oorsprong binnen deze dynamiek. Zo worden de enzymen die gluten en melk moeten afbreken door dit proces aan de kant gezet, waardoor voedingintoleranties ontstaan. Maar ook de antistoffen (immunoglobulines of allergie) tegen bijvoorbeeld pollen, kattehaar en voeding worden afgebroken door deze CYP-enzymen, waardoor bij een defect deze antistoffen in aantal toenemen en de problemen alleen maar verergeren. Een voorbeeld is astma, dat door een combinatie van vitamine D3, correct (opbouwend) ontgiften en een melkvrijdieet bij een groot deel van de mensen te verhelpen is.

'Veilige' normen houden geen rekening met accumulatie en individuele factoren

De zogenaamde veilige norm die men hanteert voor voedingsadditieven en  pesticiden, is maar veilig als het lichaam deze stoffen kan wegwerken. Lukt dat niet ontstaat er een soort van cascade effect of vicieuze circel. Mensen met ADD/ADHD en ASS hebben dus gewoon 'pech' dat ze leven in een maatschappij die teveel belastende stoffen hanteert.

Vier keer meer jongens dan meisjes met ADD/ADHD en ASS

Metallothione´ne

Metallothione´ne (MT) is een eiwit dat een defensie vormt om de zware metalen en oxidatieve stress te neutraliseren. Dit eiwit is tevens betrokken bij de maagzuurproductie, gaat de overgroei van schimmels en gisten tegen en heeft een belangrijke immunologische rol.
Metallothione´ne is echter maar in beperkte mate beschikbaar. Je kan het vergelijken met een spons die maar een beperkte hoeveelheid water kan opnemen. Is de aanvoer te groot gaat MT zich gedragen als een verzadigde spons. Hierdoor krijgen de zware metalen en ander xenobiotica (lichaamsvreemde stoffen) vrij spel en stapelen de toxinen en de oxidatieve stress zich op.
Deze toestand creŰert een dubbel probleem omdat deze 'niet gevangen' toxinen de enzymen die instaan voor de verdere ontgifting blokkeren. (P450 enzymen zijn een groep van zowat 70 enzymen die instaan voor de ontgifting in de lever). Men zou kunnen zeggen dat dit een chemische variant is van het paard van Troje. Het gevolg is accumulatie en verergering van de symptomen met het ouder worden.
De detox potentie van MT is zo groot dat kankerpatiŰnten met een normale tot hoge MT-concentrataties de chemoproducten via MT neutraliseren (MT-chemoresistentie).

Meisjes zijn beter beschermd dan jongens

De aanmaak van metallothione´ne wordt gestimuleerd door twee vrouwelijke hormonen, estradiol en progesteron. Estradiol komt (in mindere mate) ook voor bij mannen (enzymen zetten testosteron om in dihydrotestosteron en estradiol).
Een slecht functionerend metallothione´ne als oorzaak voor ADD/ADHD en ASS verklaart ook waarom 4 keer zoveel jongens dan meisjes aan deze aandoeningen lijden. Of om het met andere woorden te zeggen, meisjes zijn beter beschermd tegen xenobiotica dan jongens.

'Early onset' en 'late onset' ADD

Volgens de DSM-IV, de diagnose handleiding van de klassiek georiŰnteerde psychiatrie moet ADD zich voordoen voor de leeftijd van zeven jaar, dit heet in vaktermen 'early onset ADD'. Men zal het maar meemaken dat de ADD-symptomen zich ontwikkelen na deze leeftijd. ADD symptomen zijn problemen met de aandacht. De sector heeft een intern conflict met het erkennen van bijvoorbeeld 'late onset ADD' of het ontstaan van ADD na de leeftijd van zeven jaar omdat dit de theorie dat ADD alleen maar een erfelijke aandoening is de mist doet ingaan.  Dit heeft drie belangrijke consequenties:

1. ADD/ADHD en ASS zijn meer dan alleen erfelijke aandoeningen en dus verhelpbaar, waardoor medicatie minder
     centraal staat
2. er spelen omgevingsfactoren (vervuiling, chemische overbelasting) mee die deze aandoeningen in de hand
     werken
3. ontgiften wordt plots belangrijk

Dyslexie en cadmium

Kinderen met dyslexie hebben sterk verhoogde cadmium concentraties. Cadmium kan alleen worden afgebroken door hetzelfde eiwit (metallothione´ne) en enzym (CYP2D6) dat bij mensen met ADD/ADHD en ASS zo een probleem vormt.  (bron 1, 2, 3, 4 en 5)

De zichtbare en verstorende gevoelswereld

Slechte ontgifters zijn mensen die aan den lijve ondervinden wat de gevolgen van deze chemische impact zijn, vaak zonder dat ze zich daar bewust van zijn. Willen we met zijn allen vooruit moeten we maar leren leven met deze toestanden, echter de gevoelskwaliteit van dat leven zorgt bij een toenemende groep mensen voor problemen. Ook daar is een oplossing voor gevonden, nog meer chemie en dit in de vorm van pillen en er wordt vooral gezwegen, heel veel gezwegen.  
Zodat we met zijn allen blijven doen met wat we gewoon zijn, leven met die toenemende innerlijke onrust, slapeloosheid, vermoeidheid en depressie. De gevoelswereld is iets persoonlijk, maar het wordt een maatschappelijk probleem als deze gevoelswereld kenmerken gaat vertonen dat de maatschappij '(ver)stoort' of centen kost.  Dit zien we bijvoorbeeld bij ADHD en autisme. Het zijn de meest evidente dingen zoals scholen die het probleem niet kunnen opvangen of de staat die redeneert in kosten/baten analysen, zoals bijvoorbeeld de kosten van werkloosheid die bij ADHD'ers 25% hoger ligt dan niet-ADHD'ers. De maatregelen die genomen worden zijn in functie van een economische realiteit, niet in zozeer in functie van gezondheid. Wie dat dynamisme leert onderscheiden, begrijpt waarom stimulerende pillen zo populair zijn.

De verborgen en onbegrepen gevoelswereld

Maar wat met de mensen die in alle stilte door het leven gaan?  ADD, CVS, MCS, de zogenaamde 'verborgen aandoeningen'. Deze groep krijgt amper aandacht of worden niet geloofd en wat misschien nog schrijnender is, de verkeerde diagnoses waardoor het probleem in stand wordt gehouden. De meeste volwassenen met ADD moeten het dan maar met de diagnose depressie stellen en omdat ze zo een slechte ontgifters zijn, zorgen deze antidepressiva voor de nodige bijwerkingen. Verschillende megastudies tonen aan dat in het beste geval antidepressiva 20% beter werken dan een placebo.
Deze mensen worden van het kastje naar de muur worden gestuurd, om zich vaak na een lange lijdensweg - vragen te stellen bij deze aanpak. Het is een langzaam bewustwordingsproces, omdat men in de eerste plaats wil geloven dat de medicinale aanpak werkt.





DeficiŰnte detox-ratio

Problemen met de verwerking van xenobiotica (lichaamsvreemde stoffen), endogene afvalstoffen en oxidatieve stress ofwel een deficiŰnte detoxratio zijn een van de meest voorkomende problemen bij aandoeningen met een neurologisch profiel.
Hoewel oxidatieve stress en toxine accumulatie twee verschillende begrippen zijn, be´nvloeden ze elkaar. Zo is geweten dat metalen - zoals cadmium, lood en kwik - een toxische impact hebben omdat ze de totale hoeveel ROS doen stijgen (1).  Deze ROS of vrije radicalen reageren met biomoleculen zoals vetten, enzymen en DNA, waardoor de werking van deze moleculen wordt verstoord. Hierdoor worden celmembranen en het DNA beschadigd, wat kan leiden tot een verstoorde celwerking en diverse metabole defecten. Hierdoor worden de P450 cytochroom enzymen die deze metalen en andere xenobiotica elimineren in hun werking geremd. Dit leidt uiteindelijk tot een spiraalproblematiek, waarbij de metaaloverbelasting het natuurlijke mechanisme om deze metalen te verwijderen inactiveert.

Waarom krijgen kleine groepen mensen Ĺmoderne ziekten?

Mensen zijn genetisch ontzettend verschillend. Om maar wat te noemen: voor het cytochroom P450 (enzym ter ontgifting) zijn tussen de 50 en 100 genen actief. Daarin kunnen van mens tot mens grote verschillen zijn. Zo waren er waarschijnlijk altijd al mensen, die een ander enzym voor ontgifting (het glutathion-S-transferase M1-enzym) niet goed konden maken, omdat zij van zowel vaders als moeders kant de erfelijke eigenschappen daarvoor missen, die zorgen dat dit enzym gemaakt wordt.
Ze zijn homozygoot voor het niet kunnen maken van dit enzym. Deze mensen kunnen lichaamsvreemde stoffen, maar ook lichaamseigen stoffen niet in een snel tempo omvormen tot onschadelijke producten, die uitgescheiden worden. Vroeger, toen het leefmilieu nog niet veel moeilijk afbreekbare verbindingen bevatte, hadden deze mensen niet veel last.
Heden ten dage zijn zij vermoedelijk de slachtoffers van de zogenaamde Ĺmoderne ziektenĺ, waarvan het bestaan nog graag ontkend wordt.
De theorie kan zijn dat de belasting vanuit het milieu zo groot is, dat het genetisch polymorfisme op grote schaal tot expressie komt, wat allerlei ziektebeelden geeft, die min of meer het gehele organisme betreffen en waarmee de reguliere geneeskunde weinig ervaring heeft.
De combinatie moeilijk afbreekbaar, accumulerend, vetoplosbaar, belastend voor het ontgiftingssysteem en neurotoxisch schept alle voorwaarden hiervoor. Deze klachtenpatronen hebben vaak zowel een organische als een psychische component.

(1) Valko M., Morris H., Cronin M.T.D. (2005). Metals, toxicity and oxidative stress. Current Medicinal Chemistry 12: 1161-1208.




Kenmerken van een verlaagde detox-ratio

Sinds 1965 worden er al meer als 4 miljoen chemische compounds gerapporteerd in wetenschappelijke literatuur.  Tussen 1965 en 1978 werden er opnieuw meer dan 6000 stoffen aan deze lijst toegevoegd. Vanaf 1981 zijn er meer als 70.000 chemicaliŰn in commerciŰle productie waarvan er 3000 rechtstreeks of via omwegen worden toegevoegd aan onze voeding, 700 stoffen worden aangetroffen in het drinkwater.

Klachten en kenmerken die duiden op een ontgiftingsstoornis zijn:

maag- en darmklachten: overmatige gasvorming, diarree, obstipatie, sterk ruikende winden, onverteerd voedsel in de ontlasting, problemen met maagzuur
wijzigingen van de hersenactiviteit
overgevoeligheid voor geuren: sigarettenrook, parfums, uitlaatgassen, solventen, benzinegeur etc...
nieren: reuma, nierstenen, sterk ruikende urine, afwijkende kleur, urineweg infecties
abnormale reactie op geneesmiddelen: medicatie werkt amper of niet of kleine doseringen zijn al voldoende om hevige reacties en/of bijwerkingen te hebben
longen: astma, luchtweg ontstekingen
huid: acnÚ, rode plekjes
neurologische problemen: ADD, ADHD, ASS, CVS, ME, HSP, NLD, meervoudige chemische overgevoeligheid, fibromyalgie, OCS, endogene depressie en dyslexie. Vermoeidheid, concentratie problemen, spier en gewrichtspijnen, overgevoeligheid voor zintuiglijke indrukken.
systemische problemen: diabetes, hoge bloeddruk, arthritis, osteoporose, hoge bloeddruk, schildklier problemen ...
enzymatische defecten: onverteerd voedsel in stoelgang, opgeblazen gevoel na het eten, darmkrampen en winderigheid wijzen op onvolkomenheden in de enzymen die verantwoordelijk zijn voor de vertering van voeding (en ontgiftiging van toxinen).



Schema van vier verwante chemical sensitivity syndromen, volgens Meggs




Hoe kan ik bij mezelf herkennen dat ik problemen heb met het ontgiften ?

Een aantal voorbeelden:

1. Ik word snel tipsy of dronken van alcohol en/of ik kan niet meer slapen van een tas koffie: Fase I verloopt te traag
2. Ik krijg vage gewrichts- of spierpijnen van alcohol: Fase I verloopt te snel
3. Ik rook veel en/of drink veel alcohol en heb daar geen last van: Fase I verloopt te snel
4. Ik neem ADHD medicatie en/of antidepressiva en de doseringen dienen steeds verhoogd te worden: Fase I verloopt te snel
5. Ik neem ADHD medicatie en/of antidepressiva en voel me na een tijd slechter als daarvoor door de bijwerkingen: Fase I en II zijn verstoord







Kinderen zijn gevoeliger voor xenobiotica



Lood en andere zware metalen

Kinderen nemen deze stoffen vlotter op uit hun spijsverteringsstelsel (40%  t.o.v. 10% bij volwassenen) dan volwassenen. De zuurtegraad in de maag en de darmflora van de baby/peuter is ontoereikend om de opname van toxische stoffen tegen te houden.
Kinderen krijgen het gemakkelijker binnen via neervallend stof, omdat ze allerlei dingen in de mond stoppen. Lood zet zich bij hen minder vast aan het beenderweefsel (70% t.o.v. 90% bij volwassenen).
De hersenen van kinderen zijn gevoeliger voor de giftige gevolgen van lood. Dat geldt nog meer voor embryo's.
Professor Grandjean en het WGO maakten in het verleden via diverse wetenschappelijke onderzoeken duidelijk dat de besmetting reeds plaatsvindt in het ongeboren kind.


de impact van een rookomgeving op de ontwikkeling van kinderen
bron


De bloed-hersen-barriŔre:

Zenuwweefsel (hersenen, zenuwen en ruggemerg) is enorm gevoelig voor lichaamsvreemde stoffen. De hersenen worden beschermd tegen schadelijke stoffen van buitenaf door de bloed-hersen-barriŔre  In normale omstandigheden laat deze filter alleen zuurstof, glucose en bepaalde (zeer) kleine moleculen door.  Er zijn echter aanwijzingen dat de barriŔre niet altijd even goed beschermd. Sommige toxische en andere stoffen passeren de barriŔre zonder problemen zoals cadmium. De bloed-hersen-barriŔre is bij kinderen pas goed actief vanaf de leeftijd van twee jaar.


de bloed-hersen-barriŔre


Zware metalen hebben de eigenschap om zich op te stapelen in vetrijk weefsel. De hersenen bestaan voor meer dan 60% uit vetten (waarvan 8% cholesterol). Recent onderzoek laat zien dat hoogfrequente straling zoals een DECT telefoon, de bloed-hersen-barriŔre kan openbreken. Vooral de hypothalamus  lijdt hieronder omdat de bloed-hersen-barriŔre op deze plaats het meest doorlaatbaar is.

HPA-as

De HPA-as is de Hypothalamus-Hypofyse-Bijnier as (Hypothalamic-pituitary-adrenal axis). De hypothalamus reageert op hormoonsignalen die in het lichaam worden afgegeven.
Bij verstoring van de hypothalamus kann deze hormoonniveaus minder goed aanpassen aan de veranderende omstandigheden (bv. tijdens periodes van geestelijke en lichamelijk stress).
Bij ADD, ADHD en ASS is (chronisch aanwezige) stress een van de belangrijkste kenmerken. Dit wordt veroorzaakt door constant meer inspanningen te moeten leveren (school/werk) dan anderen voor hetzelfde resultaat te bereiken. Langs de andere kant zorgt een constante aanvoer van kritiek en oordelen (je bent lui, doe beter je best enz...) ook voor stress. Hoe lager het zelfbeeld, hoe minder goed men stress kan opvangen.
Dit leidt vaak tot een stress overbelasting, waardoor de HPA-as uit balans raakt. Men zou kunnen zeggen dat stress-overbelasting gelijkaardige kenmerken heeft met het post traumatisch stress stoornis (PTTS)
Binnen het HPA stelsel produceert de pijnappelklier (epifyse) o.a. groeihormonen en het antidiuretisch hormoon (vocht vasthouden): vasopressine.
De pijnappelklier produceert ook melatonine, het slaaphormoon.
De bijnieren produceren adrenaline en cortisol, belangrijke hormonen voor onze stress reactie.
Door een verstoring van de HPA-as ontstaan er problemen met de beschikbaarheid van glucose. De hersenen worden uitsluitend gevoed door glucose, ze kunnen niet teren op een reserve van vetten (zoals andere organen), maar zijn volledig afhankelijk van de aanwezige glucose in de bloedtoevoer.

Smaakversterkers

Veel kant-en-klaar producten, soepen, sauzen, bouillons, vleeswaren, enz. bevatten de smaakversterker E621 (ook wel mononatriumglutamaat, MSG of ve-tsin genoemd). Het is een relatief goedkope manier om smaak aan voedingsmiddelen te geven.
E621 heeft een neurotoxische (schadelijk voor de hersenen) werking en een eetlustverhogende werking doordat dit het endocriene systeem (hormoonsysteem) kan ontregelen (het hormoonsysteem regelt het honger- en verzadigingscentrum).
Mononatriumglutamaat  kan potentieel permanente schade aanrichten aan de ontwikkelende hersenen en zenuwstelsel van een foetus en zuigeling. Dit komt doordat glutamaat de placenta barriŔre kan passeren (mononatriumglutamaat kan voorkomen in moedermelk). Eenmaal in de bloedstroom kan glutamaat de bloed-hersen-barriŔre passeren. Er is bewijs dat tijdens zwangerschap glutamaat geconcentreerd wordt in de foetale kant van de placenta, zodat de foetus een hogere dosis krijgt.
Het effect van mononatriumglutamaat op de hersenen kan u hier  lezen.

Documentatie:
- "Verliezen we het verstand?": restanten zenuwgif schadelijk voor de hersenontwikkeling van onze
   kinderen
- bestrijdingsmiddelen in voedsel: beoordeling van het risico voor kinderen door Prof. dr JGAJ Hautvast
- Weet wat je eet: een website met informatie aangaande toxinen en bestrijdingsmiddelen in onze dagelijkse
  voeding
- Compromising our Children - chemical impacts on children - intelligence and behaviour
- Hersenbeschadiging bij kinderen door chemische stoffen

Engelstalig - toxinen - :

- Toxic Metals and Essential Minerals in the Hair of Children with Autism and their Mothers
- Exposure to Heavy Metals, Physical Symptoms, and Developmental Milestones in Children with Autism
- Hair Analysis of Children with Autism and their Mothers - GRAFIEKEN -


de impact van de verschillende kwikvarianten bij kinderen
bron






Geneesmiddelen en hun intercaties met voeding

Een studie van de Joint Commission on Accreditation of Healthcare Organization (JCAHO) betreffende het gebruik van medicijnen op de opname van voeding door het lichaam bracht opmerkelijke feiten aan het licht:

Studie

Uit het onderzoek uitgevoerd in 1995 onder 834 doktoren, voedingsdeskundigen en gediplomeerde diŰtisten bleek dat 83% van hen geen les hadden gekregen tijdens hun opleiding betreffende de interactie tussen medicijnen en voeding. Hoewel 73% van hen aangaf dat het hun verantwoording was patiŰnten voor te lichten over dit onderwerp en het belang daarvan.

Invloed op de voeding

Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond wat het gebruik van medicijnen, en de dosering voor invloed heeft op het opnemen van vitaminen en mineralen in het lichaam. Artsen hebben er echter geen idee van welke medicijnen een patiŰnt allemaal tot zich neemt daar er ook veel zelf medicatie plaatsvind met bijvoorbeeld in de patiŰnt zijn ogen onschuldige pijnstillers. Dit is met name gevaarlijk voor de snel groeiende groep ouderen die veel meer medicijnen gebruiken. Aldus het onderzoek.
Volgens de Amerikaanse Dietetic Association zijn er acht categorieŰn:

1) Onvoldoende aanvulling door gebrekkige voeding of dieet restricties
2) Tekorten door medicijngebruik
3) Niet functioneren van de stofwisseling interactie
4) Verminderde of totale werking van de medicijnen
5) Interactie (bijvoorbeeld medicijnen en alcohol wat vergiftiging kan veroorzaken)
6) Vermindering eetlust
7) Maag, darm problemen en diaree
8) Kunstmatige voeding

(bron: American Dietetic Association)

Documentatie: geneesmiddelen die de opname van vitamines remmen

Geneesmiddelen werken niet steeds

"Geneesmiddelen werken niet" - Een topman van farma-reus Glaxo-SmithKline zorgt voor ophef.
De man gaf dit weekeinde tijdens een congres toe dat de meeste geneesmiddelen die hij en zijn collega's van andere bedrijven op de markt brengen totaal geen effect hebben....

"Het merendeel van de medicijnen, meer dan 90 procent, werkt bij hooguit dertig tot vijftig procent van de patiŰnten", zei professor Allen Roses, vice-president bij GSK, dit weekeinde tijdens een wetenschappelijk congres in Londen. Oorzaak is volgens Roses de menselijke genetica. De meeste patiŰnten beschikken over genen die de werking van de medicijnen verstoren.

Hij gaf enkele voorbeelden van zijn stelling: Pillen tegen Alzheimer werken bij 1 op de drie patiŰnten. Medicijnen om kanker te bestrijden werken amper bij 25 procent van de zieken.
Geneesmiddelen tegen migraine, artritis of osteoporose helpen slechts in de helft van de gevallen.

Geneesmiddel op maat

Professor Roses zegt dat er beterschap op komst is. Een vrij eenvoudige DNA-test bij de patiŰnt zal in de toekomst snel duidelijk maken met welke medicijnen hij kan geholpen worden.

"De trial and error-methode is voorlopig de enige manier om te achterhalen of een medicijn werkt bij een patiŰnt of niet. Zo eenvoudig is dat", zegt Bogaert. "De genetica in de farmacologie staat nog in de kinderschoenen. We zijn lang niet zover dat we dankzij de genetica medicijnen op maat van de patiŰnt kunnen maken. Daar droomt elke farmacoloog van, maar voorlopig blijft het toekomstmuziek."
bron: Het Nieuwsblad

Documentatie:

- geneesmiddelen werken niet" van professor Roses
- geneesmiddelen die de opname van vitamines remmen






Enzymen

De werking van de enzymen worden op de volgende pagina schematisch weergegeven.
Enzymen zijn stofjes die andere stoffen afbreken en aanmaken. Ze zijn op diverse manieren in te delen:

- enzymen die voeding omzetten in stoffen die in de bloedbaan worden opgenomen
- enzymen die neurotransmitters aanmaken
- enzymen die ontgiften
- enzymen die energie aanmaken (ATP) enz...

Vorming van enzymen

Enzymen zijn opgebouwd uit een apo-enzym (het drager-eiwit bestaande uit een complex van aminzouren) en een co-enzym (het werkzame deel, de prosthetische groep). Samen vormen deze onderdelen het holo-enym.
Ontbreekt een co-enzym, dan stagneert de specifieke biochemische enzymreactie. De bouwstof van een co-enzym kan o.a. een mineraal zijn, bijvoorbeeld ijzer of een vitamine.
Bij de vorming van enzymen dient er dus een beschikbaarheid te zijn van voldoende aminozuren (aminozuren worden gevormd uit de splitsing of vertering van eiwitten d.m.v. maagzuur-pepsine en pancreas enzymen) en voldoende co-factoren zoals mineralen en eiwitten
Een tekort aan een van deze twee voorgaande voorwaarden, leidt o.a. tot enzymatische defecten en een verminderde Fase I ontgiftiging.

Documentatie: de rol van enzymen in de vertering van eiwitten

Enzymen uit voeding

Een deel van onze enzymen halen we uit voeding.
Enzymen komen overvloedig voor in verse, onbewerkte, natuurlijke voedingsmiddelen. Ze worden makkelijk vernietigd op een temperatuur boven de 49░C en zijn gevoelig voor andere bewerkingen. Schillen, koken pasteurisatie, raffinage, conservering, roken, grillen, frituren en bakken vernietigen grotendeels de enzymen in voedsel.

Voldoende verse onbewerkte voedingsproducten kunnen de gezondheid herstellen bij zwakke, ongezonde mensen die zich jarenlang met junkfood in leven hebben gehouden. De overschakeling dient echter geleidelijk te gebeuren. Na een leven van gewenning aan behandelde voedingsmiddelen is het moeilijk om over te stappen op een voeding die uitsluitend uit rauwe producten bestaat. In de regel bewerken en koken we ons voedsel overmatig. Gekookt voedsel belast ook het immuunsysteem extra. Dit wordt vermeden door eerst rauwe groenten te eten.

Enzym-remmers

Wil het enzym zijn werk kunnen doen, dient het zich gedurende korte tijd intens te hechten aan de stof die het wil omzetten (substraat).
Wanneer dit substraat concurrentie krijgt van een stof met erg gelijkende kenmerken, dan kan het enzym zich niet hechten. Dit heet "competitieve inhibitie".
Voorbeelden van deze enzymremmers zijn:

- pesticiden (vb. schimmel bestrijders)
- antibiotica (remmen specifieke enzymen in bacteriŰn)
- tal van antivirale geneesmiddelen

Andere gifstoffen remmen de enzymwerking doordat ze zich op een andere plaats van het enzym hechten. Dit heet "noncompetetive inhibitie", waardoor de vorm verandert en de werkzaamheid van het enzym wordt verhinderd.

Verontrustend is de wijze waarop met chemische stoffen op voeding wordt omgesprongen in onze samenleving.
De landbouw maakt gebruik van bestrijdingsstoffen waarvan onomstotelijk is aangetoond dat het de hersenen en het zenuwstelsel van onze (ongeboren)kinderen aantast.
Is de sterke toename van welvaartziekten nog te beschouwen als "normaal"? Willen we deze ziekten voorkomen of willen we ons alleen richten op de (symptomatische) behandeling van deze aandoeningen?

Documentatie: restanten zenuwgif schadelijk voor de hersenontwikkeling van onze kinderen: Verliezen we het verstand?

Enzymen en de detox-ratio

De autonome ontgifting is een complexe bezigheid en afhankelijk van diverse factoren. Hierbij spelen de metallothione´ne-eiwitten en de P450 cytochroom enzymen een belangrijke rol. De metallothione´nen zijn eiwitten die de eerstelijns defensie vormen tegen zware metalen. De aanmaak van metallothione´nen wordt gestimuleerd door twee vrouwelijke hormonen, estradiol en progesteron. Estradiol komt (in mindere mate) ook voor bij mannen (enzymen zetten testosteron om in dihydrotestosteron en estradiol).
Een slecht functionerend metallothione´ne als oorzaak voor ADD/ADHD en ASS verklaart ook waarom 4 keer zoveel jongens dan meisjes aan deze aandoeningen lijden. Of om het met andere woorden te zeggen, meisjes zijn beter beschermd tegen xenobiotica dan jongens.

Metallothione´nen (MT) zijn maar in beperkte mate beschikbaar. Je kan het vergelijken met een spons die maar een beperkte hoeveelheid water kan opnemen. Is de aanvoer te groot gaat MT zich gedragen als een verzadigde spons. Hierdoor krijgen de zware metalen en ander xenobiotica (lichaamsvreemde stoffen) vrij spel en stapelen de toxinen en de oxidatieve stress zich op.
Deze toestand creŰert een dubbel probleem omdat deze 'niet gevangen' toxinen de enzymen die instaan voor de verdere ontgifting blokkeren. (P450 enzymen zijn een groep van zowat 70 enzymen die instaan voor de ontgifting in de lever). Men zou kunnen zeggen dat dit een chemische variant is van het paard van Troje. Het gevolg is accumulatie en verergering van de symptomen met het ouder worden.
De detox potentie van MT is zo groot dat kankerpatiŰnten met een normale tot hoge MT-concentrataties de chemoproducten via MT neutraliseren (MT-chemoresistentie).

Ouderdom

Met het ouder worden neemt de afscheiding van enzymen af. Tekorten aan spijsververteringsenzymen kunnen de oorzaak vormen van bekende ouderdomsverschijnselen zoals indigestie, een slechte opname van voedingsstoffen, vergiftiging en allergieŰn voor bijproducten van slecht verteerd voedsel, hoofdpijn, vermoeidheid en verminderde weerstand tegen ziekten.
Sterker nog, enzymen zouden wel eens een sleutelfactor kunnen zijn in het voorkomen van ziekten en het verlengen van de levensduur. Het gebruik van enzymesupplementen is dan ook vanaf middelbare leeftijd zeer wenselijk. Ze worden gewoonlijk bij de maaltijd genomen.





Detoxreacties

Het lichaam heeft de mogelijkheid om de belasting van xenobiotica (lichaamsvreemde stoffen) en endogene afvalstoffen te elimineren door ze:

a) niet op te nemen
b) onschadelijk te maken in de lever en darm
c) uit te scheiden via urine, ontlasting, haar en zweet
d) op te slaan in vetweefsel of organen


In Fase I van de ontgifting (lever) worden door enzymatische processen (de zogenaamde P450 enzymen) niet alleen toxinen (gifstoffen) zoals drugs, medicatie, pesticiden en zware metalen onschadelijk gemaakt, maar ook afbraakproducten van lichaamseigen stoffen zoals hormonen en stoffen uit het immuunsysteem zoals histamine.  In Fase I wordt een deel van de stoffen volledig onschadelijk gemaakt. Een ander deel wordt voorbewerkt en in Fase II verder verwerkt om dan via gal en nieren te worden uitgescheiden.
Of iemand een goede ontgifter is wordt bepaald door de wel of niet optimale werking van zijn enzymsystemen. Dat wordt mede door uw erfelijkheid en constitutie bepaald.
Wie kent niet die voorbeelden van mensen op feestjes die na een paar slokken wijn al Ĺdronkenĺ zijn. Een voorbeeld waaraan u kunt herkennen dat Fase I onvoldoende werkt vindt u bij die mensen die cafe´ne niet kunnen verdragen.

Tal van chemische geneesmiddelen hebben een vernietigende werking op de cytochroom P450 enzymen. Deze worden door tenminste 71 verschillende genen gecodeerd. Dit houdt in dat door de individuele variaties in defecten er zich bij elke persoon een andere ontgiftingscapaciteit voor doet.. Indien de lever in Fase I onvoldoende ontgift, ontstaan er veel zogenaamde vrije radicalen.  Dit zijn zeer agressieve chemische verbindingen die onder andere weefselschade kunnen geven.
Ontgifting vindt ook plaats binnen de darmcellen op dezelfde manier plaats als in de lever: d.m.v. enzymen van de P450 familie (Fase I) en door binding aan of conjugatie met bijvoorbeeld sulfaat of glutathion (Fase II).
Deze enzymen zijn van mitochondriale en microsomale oorsprong. (Microsomen zijn kleine blaasjes in het cytoplasma die door het endoplasmatisch reticulum worden aangemaakt.)

Tal van geneesmiddelen en toxische stoffen zijn vetoplosbaar. Zij kunnen daardoor niet via de nieren uitgescheiden worden. De nieren kunnen alleen wateroplosbare verbindingen afvoeren (aanvoer via bloedplasma).  Deze stoffen worden door enzymatische reacties wateroplosbaar worden gemaakt. De eerste stap in deze transformatie vindt plaats via de cytochroom P450-enzymen, CYP in de darm.  Dit wordt Fase I genoemd.
In Fase II worden bepaalde groepen aan de Fase I-producten gekoppeld waardoor ze wateroplosbaar en definitief onschadelijk worden. Fase I-producten kunnen zeer giftig zijn. Niet zelden zijn ze toxischer dan de oorspronkelijke producten.
Bij te lage ontgiftingsactiviteit, bijv. als gevolg van te lage CYP of P450 niveaus, kunnen te veel toxische stoffen de darm passeren en in het lichaam gaan circuleren. Stoffen die gevormd worden door darmbacteriŰn, lipopolysacchariden (LPS), remmen CYP activiteit van de lever. Ook sommige medicijnen kunnen CYP-activiteit onderdrukken.
Prozac bijvoorbeeld vermindert de activiteit van CYP2D6. Er kunnen toxische reacties optreden als het gecombineerd wordt met andere medicijnen tegen depressiviteit, die dezelfde CYP gebruiken.

IJzer- en seleniumgebrek be´nvloeden de cytochromen en dus de ontgifting. De kern van de heamgroep van cytochromen bevat ijzer. Bij ijzergebrek daalt de cytochroom P450 waarde sterk. Ook seleniumgebrek vermindert de enzymactiviteit, maar minder dan ijzerdeficientie.
Gebrek aan foliumzuur in de voeding geeft na drie weken al een duidelijke vermindering van medicijnmetabolisme (afname van 78%) en afname van 46% van het heam in darmcellen.

Fase I van de ontgifting

Alle CYP P450 enzymen werken op dezelfde manier:

1. een medicijn wordt aan het P450-enzym gebonden
2. het ijzerion van het enzym wordt geoxideerd van Fe3+ tot Fe2+ (oxidatie)
3. door het Fe2+ ion (haemgroep) wordt zuurstof geactiveerd
4. het geactiveerde zuurstof wordt aan het medicijn gekoppeld als
hydroxylgroep (hydroxylering)

- de families worden aangeduid met een cijfer (b.v. CYP 3 )
- de subfamilies worden aangeduid met een letter (b.v. CYP3 A )
- de individuele iso-enzymen worden opnieuw met een cijfer aangeduid (b.v. CYP3A 4 ).


Via de voeding krijgen we chemische stoffen naar binnen, zoals pesticiden, kleurstoffen, schimmelremmers, chemische afvalproducten via drinkwater etc. Ook stoffen die wij inademen komen in de circulatie.
Daarnaast bevat voeding zelf ook producten die verwerkt moeten worden en gebruiken veel mensen alcohol, sigaretten, geneesmiddelen of gerookt voedsel. Hierdoor worden de enzymsystemen van Fase I overvraagd met als gevolg een chronische toename van de cytochroom P450-activiteit.
Om een voorbeeld te noemen: mensen die sigaretten roken hebben een toename van de CYP-activiteit. Nicotine wordt door CYP gedeeltelijk omgezet in het bijproduct cotinine. Samen met het nicotine be´nvloedt deze stof het stero´dmetabolisme. De DHEA- en testosteronproductie wordt hierdoor geremd. Bij vrouwen die roken is ook de oestrogeenwaarde in het serum lager dan bij niet rokende vrouwen. Zij hebben daardoor meer kans op osteoporose.
Hoewel de enzymen van Fase I verhoogd zijn, blijft Fase II normaal of wordt vertraagd. De toxische tussenproducten kunnen dan niet tijdig weggevangen worden.

Als het lichaam over onvoldoende aminozuren beschikt voor de verwezenlijking van de Fase I enzymen, zullen de toxinen niet voldoende opgesplitst worden voor de Fase II. Hierdoor is de ontgiftiging onvolledig.
Als er niet genoeg aminozuren zijn voor het opbouwen van glutathione of als er niet genoeg zwavel in het lichaam is, zal Fase II niet in staat zijn de toxinen te neutraliseren.
Wanneer de ontgifting van Fase I en II niet effectief werkt, bouwen de toxinen zich in het lichaam op, waardoor het immuun systeem overbelast wordt.
Een aantal symptomen bij opstapeling van toxinen zijn:

- emotionele en woede uitbarstingen
- sinusitis
- pijnlijke plekken op het lichaam (fibromyalgie)
- droge huid
- artritis
- constipatie
- moeheid (CVS)







Fase I ontgiftiging

Fase I ontgiftiging, P450 of CYP: biotransformatie (Mixed-Function Oxidase)

Het cytochroom P450 enzymsysteem (ook wel afgekort als CYP, P450 of CYP450) is een verzameling van 75 enzymen waarvan er een aantal belangrijk zijn bij de afbraak van verschillende lichaamsvreemde (xenobiotische) stoffen (zoals medicijnen en toxinen).

Het ontgiftigingsproces in Fase I gaat eerst via de lever.
Het bloed gaat de lever in en gaat door een speciaal filtratiesysteem van hepatocyten waarin zich de sinusoiden bevinden. Sinusoiden verwijderen de afvalproducten en toxinen uit het bloed.
De speciale cellen die in deze sinusoiden (Kupffer cellen)  bevinden splitsen de toxinen in een proces op dat als Fase I ontgifting staat bekend.
Dit proces impliceert cytochrome P450 enzymen, die de toxinen in kleinere deeltjes opsplitsen met behulp van O2 (zuurstof) en NADPH. Dit proces van chemische oxydatie leidt tot grote hoeveelheden vrije basissen, die door adequate opname van ascorbinezuur (vitamine C) moeten worden geneutraliseerd.
In Fase II worden deze stoffen polair en wateroplosbaar gemaakt, door zich te binden aan een stof (bijvoorbeeld acetaat of sulfaat).

Van deze P450 enzymen zijn er 15 belangrijk bij de afbraakvan diverse lichaamsvreemde stoffen (de belangrijkste eliminatieroute voor lipofiele geneesmiddelen, waaronder vele psychofarmaca, zoals antidepressiva, antipsychotica, maar ook geneesmiddelen voor hoge bloeddruk, hoge cholesterol, depressie, kanker, pijn, allergieŰn, de anticonceptiepil en de natuurlijke afbraak van hormonen)
De hoogste concentratie P450 wordt gevonden in de lever.
Verder worden ze gevonden in de darmen, hersenen, longen en nieren. CYP1A2, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6 en CYP3A4 zijn de belangrijkste enzymen in het metabolisme van geneesmiddelen.
Pompelmoes (actieve stof: bergamottin) is een P450 inhibitor (P450 3A4.).
Volgens onderzoekers is de combinatie van cholesterolverlagers en pompelmoes het gevaarlijkst omdat de medicatie zich dan in grote hoeveelheden opstapelt in de lever en kan leiden tot spierafbraak en nierfalen.
Combineren met de anticonceptiepil kan leiden tot zwangerschap.
De P450 enzymen reguleren de Fase 1 ontgifting.

Het gehele detoxificatieproces kan in kaart gebracht worden d.m.v. een detox-test. Een voorbeeld vindt u op deze pagina.
Voor onderzoek naar de ontgiftingscapaciteit van de lever is een leverontgiftingstest noodzakelijk waarbij de patiŰnt volgens een bepaald protocol enkele gifstoffen inneemt (aspirine, paracetamol, cafe´ne, etc) waarna onderzocht wordt hoe snel de lever in staat is deze gifstoffen uit het lichaam te verwijderen. De leverontgiftingstest geeft inzicht hoe fase I en II van de lever functioneren. Met deze gegevens kan een arts of therapeut een behandelingsadvies maken.

Defecten in de P450 route

Het getal tussen haakjes (bv. 10%) is het percentage van totale deficiŰntie bij de Kaukasische (blanke ras) populatie (poor metabolizers).
Bij de P450 metabolisatie route onderscheiden we drie polymorfismen (afwijkingen in het enzym). Geen afwijking wordt aangeduid als true metabolizers.

- poor metabolizers (geen enzym activiteit)
- intermediated metabolizers (matige enzym activiteit)
- ultra rapid of rapid extensive metabolizers (sterk verhoogde enzym activiteit)

Afwijkingen in het CYP1A1  zorgen voor problemen met PAKĺs, sigarettenrook, uitlaatgassen, open haard/barbecue en gegrild/gebraden vlees.
Afwijkingen in het CYP1B1 zorgen voor problemen met oestrogeen, de anticonceptiepil, overgangsmedicatie en medicatie bij arthrose.
Afwijkingen in het Cyp2A6 zorgen voor problemen met nicosaminen, nicotine, sigaretten, gebraden vlees en nitraatrijke groente.
Afwijkingen in het CYP2C9 (1-3%) zorgen voor problemen met 10% van alle geneesmiddelen, en sulfopreparaten.
Afwijkingen in het CYP2C19 (2-6%) zorgen voor problemen met 30% van de geneesmiddelen,
antimalariamiddelen, spierverslappers zoals valium en proton pompremmer (Prolisec).
Afwijkingen in het CYP2D6 (5-10%) zorgen voor problemen met 20% van alle geneesmiddelen, tricyclische antidepressiva, MAO-remmers, SSRI - ontstekingsremmende middelen, opiaten tegen hartritmestoornissen en BŔta-blokkers.
Afwijkingen in het CYP2E1 zorgen voor problemen met nicosaminen, ethanol, aceetaldehyde, alcohol en Candida.
Afwijkingen in het CYP3A4 zorgen voor problemen met 50% van alle geneesmiddelen.

documentatie: Genetische P450 databank





Fase I remmers

Waarschuwing: vertraging van Fase I heeft gevolgen voor de (ver)werking van sommige geneesmiddelen. Doe dit niet zonder de hulp van een ervaren hulpverlener.
Vertraging van fase I dient steeds gepaard te gaan met het bewust vermijden van nieuwe toxinen (uit voeding en niet-voeding), aangezien deze toxinen langer in de bloedbaan zullen circuleren.

Langzame ontgifters kunnen een trage fase I hebben. Nog schadelijker is een trage fase II, waardoor een beschadiging van de darm- of levercel ontstaat.
Langzame ontgifters zijn voor veel stoffen gevoelig, zoals: cafe´ne, chemische stoffen, sigarettenrook en alcohol.

Sommige stoffen kunnen de activiteit van de CYP-enzymen afremmen, waardoor de plasmaspiegels van geneesmiddelen en andere stoffen die via deze enzymroute gemetaboliseerd worden stijgen. Men heeft dan bijvoorbeeld van een geneesmiddel of drugs minder nodig om toch (intenser en langer) werkzaam te zijn.
M.a.w. hoe meer inhibitie (remming) van P450, hoe langer een stof in het bloed werkzaam blijft.

De verschillende inhibitie interactie vormen

Reversibele remming ontstaat als twee (genees)middelen concurreren om de bindingsplaats op het enzym. De effecten van reversibele inhibitie worden vrij snel gezien en ze verdwijnen binnen twee tot drie dagen na staken van het concurrerende geneesmiddel of nutriŰnt.


(afbeelding) de verschillende inhibitie interacties


Sommige inhibitoren binden echter irreversibel aan het CYP-enzym (quasi-irreversibel en irreversibel) en maken het enzym inactief of kapot. In dit geval moet eerst nieuw enzym gesynthetiseerd worden voordat normalisatie van de plasmaspiegels ontstaat.
Voorbeeld: Sint Jans kruid induceert een aantal CYP-enzymen, waardoor de normale dosis van een geneesmiddel ineffectief wordt.
In het bijzonder zijn de enzymen die bij CYP1A, CYP2B, CYP2C/H, CYP3A horen gevoelig voor inductie.
Het effect van inductie wordt niet direct zichtbaar, eerst moeten nieuwe enzymen aangemaakt worden, wat twee tot drie weken kan duren. Na staken van het inducerende (genees)middel duurt het enkele weken voordat normalisatie van de CYP-capaciteit optreedt.

Fase I wordt afgeremd door de volgende nutriŰnten en andere stoffen


Inhibitie van CYP3A door tropisch fruit. Hoe minder restwaarde, hoe groter de inhibitie is, in dit geval zijn stervruchten, pawpaw (ozark banaan of roomappel) en grapefruit de meest potente CYP3A inhibitors.
bron



- proteaseremmers remmen CYP3A4
- pompelmoes en grapefruit (furocoumarine en naringine) zijn twee flavonoiden, het drinken van ÚÚn glas
  -250 ml- grapefruitsap of pompelmoessap kan leiden tot inhibitie van CYP3A4 gedurende 24 tot 48 uur en CYP2A6
  in mindere mate)
- peper (piperine in de vorm van Bioperine)
- rode chilli pepers (capsaicin) zoals in sambal oelek
- curcuma (geelwortel): (actieve stof: curcumine) tevens een anti-oxidant die beschermt tegen lipidenperoxidatie.
  Curcumine verbetert de werking van gluthation-s-transferase en quinon-reductase in Fase II.
- ginkgolides A and B van ginkgo biloba inhiberen CYP2C9 en CYP3A4
- bergamot (furocoumarine): alleen de koud geperste olie bevat furocoumarine, niet de gedistilleerde. Bergamot
  is een sterk fototoxische olie, d.w.z. dat het o.i.v. zonlicht (UV-straling) voor bruine huidverkleuringen kan zorgen
  (berloque dermatitis), hiervoor zijn de furocoumarinen verantwoordelijk.
- kruidnagel en kaneel (eugenol) inhiberen CYP2C9 and CYP3A4 en remmen de klontering van bloedplaatjes even
  goed als aspirine
- ui
- kava kava is een sterke inhibitor van CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6 en CYP3A4 (een stof met behoorlijk wat
  ongewenste bijwerkingen)
- ginseng: Het actieve nutriŰnt is ginsenoside. Ginsenoside Rc inhibeert CYP2C9 (70% bij 200 uM) Ginenoside Rf
  inhibeert CYP3A4 (54% bij 200 uM).
- limoen
- zwarte thee: remt CYP2D6
- Cat's Claw: (U˝a de Gato): remt CYP2D6
- kamille: remt CYP2D6
- gember: remt CYP2D6
- gotu kola: (Centella asiatica) remt CYP2D6
- oregano: remt CYP2D6
- salie: remt CYP2D6
- thijm: remt CYP2D6
- chaparral: (Larrea tridentata) Nordihydroguaiareticzuur (NDGA) remt CYP2D6
- Noni sap is op weg een (gevaarlijke) hype te worden, deze vrucht remt CYP2D6 meer dan behoorlijk, de
   combinatie van noni sap en sommige geneesmiddelen kan dan gevaarlijk worden. Er zijn gevallen bekend van
   acute leventoxititeit. (bron 1 en 2) Mensen met ADD/ADHD en ASS zijn over het algemeen al slechte CYP2D6
   metaboliseerders.
- granaatappel: remt CYP2D6
- Goji: remt CYP2C9
- flavono´den
- stervrucht (P450 3A4)
- rode wijn of de schil van rode druiven (elaginezuur) inhibeert Fase I en stimuleert Fase II.
- Sint-Janskruid (P450 3A4)(hypericine, een actieve stof van Sint-Janskruid is tevens een MAO-remmer)
- echinacea (P450 3A4)
- quercetine: een flavonoide (P450 1A2 en P450 2C8)
- flavone (P450 1A2)
- myricetine
- mariadistel (CYP3A4) (silymarine): versneld Fase II (beschermt tevens de lever en nieren tegen de invloed van vrij
  radicalen)
- salvestrolen  (P450 1B1, beschermende werking tegen kanker, zie onder) (Door de plant te bespuiten met
  bestrijdingsmiddelen zoals fungiciden wordt deze minder gestimuleerd zelf salvestrolen aan te maken.)
- Fluconazole« (sterke inhibitor van P450 2C9 en matige inhibator van P450 3A4)
- onvoldoende eiwitten (door onvoldoende maagzuur, onvolledige eiwitsplitsing, vegetarisch dieet: tekort aan
  eiwitten met volledig aminozuur spectrum, onvoldoende pancres elastase, etc...)
- kwik (amalgaam)
- nonylphenol een giftige verbinding die voorkomt in verven, pesticiden, schoonmaakmiddelen. Komt tevens vrij
  bij de productie van papier en textiel. Het inhibeert CYP2C9 and CYP2C19 en CYP17. Zou schadelijk zijn voor
  de voortplanting.
- overbelasting aan zware metalen
- teveel transvetten (cfr. Dr. Mary Enig)
- overmatige comsumptie van suiker
- tekort aan: vitamine B-complex, C, zink, magnesium, ijzer, molybdeem en koper.
- glyfosfaat (de meeste onkruidbestrijdingsmiddelen)
- sterke CYP3A4 inhibitors zijn: luteoline, gallic zuur, β-myrcene, (+)-catechin, luteolin-7-glycoside (tevens een
  CYP3A4 versneller), oleanolic zuur, nariagenine, narigine, kaempferol (tevens een
  CYP3A4 versneller), isoquercitrine, ergosterol, umbelliferone, quercetine, hesperidine
- hepatitis A (CYP2A6), dit enzym is verantwoordelijk om nicotine en nitrosamines (gerookt en barbecue voedsel)
  af te breken
- CYP2E1 remmers zijn: geitenyoghurt, kikkererwten, doperwten, cheddarkaas en soja.


(afbeelding) alcohol is bij lage concentraties een CYP2E1 inducer (versneller). In hoge concentraties en bij chronisch alcolisme is alcohol een CYP2E1 inhibitor


Belangrijkste P450 enzymen

CYP3A4 (= P450 3A4)

CYP3A4 speelt de belangrijkste rol, omdat het ca. 50-60% van alle geneesmiddelen afbreekt. Zoals antidepressiva, antipsychotica,  psychostimulantia waaronder coca´ne en bepaalde antibiotica.
CYP3A4 is tevens verantwoordelijk voor afbraak van:
- steroide hormonen (testosteron, cortisol, oestrogeen)
- organofosfatische insecticiden (de meeste dus)
Trage CYP3A4 metaboliseerders hebben zes meer kans op prostaat kanker.

CYP2D6

CYP2D6 is verantwoordelijk voor afbraak van 25 % van alle geneesmiddelen, waaronder code´ne, cholesterol verlagende medicatie, antidepressiva (Prozac«), antipsychotica (Haldol«, Risperdal«) en bŔta-blokkers.
Strattera (Atomextine) en zijn generische variant Tomoxetine , een selectieve remmer van het presynaptische noradrenalinetransporteiwit, Code´ne (wordt eerst omgezet in morfine), Ritalin«/Rilatine«, Adderall«, Dextrostat«, Concerta«, Risperdal«, Seroquel«, Haldol« end de meeste antidepressiva worden gemetaboliseerd door het enzym CYP2D6.
De halfwaardetijd van Strattera schommelt tussen de 3 uur (snelle metaboliseerders) en 21 uur (trage metaboliseerders), nooit in combinatie nemen met Fluconazole« (inhibitor P450) en irreversibele MAO-remmers.
Ritalin«/Rilatine« en Concerta« worden ook door de glucuronisatie route gebruikt.
Ritalin«/Rilatine« wordt voornamelijk gemetaboliseerd door de CYP2D6 route en ten dele door CYP2C9. Informatie dat Ritalin«/Rilatine« niet zou betrokken zijn in de P450 route is derhalve niet correct. (zie bijlage)
Trage CYP2D6 metaboliseerders hebben meer kans op leukemie.

CYP2E1

Is verantwoordelijk voor de omzetting van nicosaminen, ethanol, aceetaldehyde en alcohol. Mensen die problemen hebben met dit enzym ontwikkelen vaker Candida.
Vervetting van de lever is vaak een oorzaak dat het enzym CYP2E1 niet naar behoren werkt.

Molybdeen is ÚÚn van de voedingsmiddelen die voor de vervaardiging van verscheidene van Fase 1 ontgiftingsenzymen zoals aldehydedehydrogenase en aldehydeoxydase worden vereist.
Deze twee enzymen neutraliseren acetaldehyde (*), een metabolisch bijproduct van gist, paddestoelen, en alcohol. Mensen met pathologische candida zijn vaak overbelast met dit neurotoxine, dat in het bloed, lever, organen, weefsels en darmen accumuleert, waardoor het immuun systeem onder grote spanning komt te staan.
Molybdeen is ook betrokken bij de vervaardiging van bepaalde Fase 1 enzymen die de sulfieten in bewaarmiddelen oxyderen, en de toxine betrokken bij eiwitmetabolisme neutraliseren.
Molydenum is ook betrokken bij het verwijderen van teveel koper.
Wanneer de lever genoeg molybdeen heeft, wordt de ontgifting vollediger en kan het immuunsysteem beter zijn werk doen.

(*) Levercellen zetten alcohol eerst om in acetaldehyde en vervolgens in azijnzuur. Twee enzymfamilies begeleiden beide oxidatiestappen: alcoholdehydrogenase (ADH) en aldehydedehydrogenase (ALDH).

Een bijkomend nadeel van alcohol is dat het een fikse verhoging verhoging veroorzaakt van het oestrogeen gehalte, het P450 systeem zwaar belast en het zink niveau verlaagt.
Zink is belangrijk voor testosteron, maar testosteron is ook belangrijk voor zink omdat het er voor zorgt dat voldoende zink in de weefsels wordt vastgehouden.
Zink verlaagt het niveau van het enzym aromatase waardoor een gunstigere testosteron-oestrogeen ratio ontstaat. Zink is ook nodig voor een goede functie van de hypofyse. Deze is verantwoordelijk voor de afgifte van hormonale signalen aan de testes zodat deze de testosteronproductie kan stimuleren.
De rol van oestrogenen in het mannelijk lichaam is door onderzoekers jarenlang genegeerd. Zo ook de rol van testosteron bij vrouwen. De verhouding tussen testosteron (testosteron wordt via verschillende stappen uit cholesterol geproduceerd) en oestrogeen verandert sterk naar mate een man ouder wordt. Bij jonge mannen is deze verhouding ongeveer 50 : 1. Tegen het 50e levensjaar is dit 20 : 1 en soms zelfs 8 : 1.
Het lute´niserend hormoon (LH, veroorzaker van "opvliegers")) reguleert de productie van oestrogenen in de eierstokken. Bij mannen regelt het vooral de testosteronproductie in de testes.
We zien regelmatig verlaagde LH waarden bij ADD, ADHD en ASS, mede door het gebruik van cannabis (THC verlaagt de LH waarde waardoor de man minder vruchtbaar wordt en bij de vrouw de inplanting van het embryo in het gedrang komt).  androgenen

Documentatie: P450 metabolisme

- "geneesmiddelen werken niet" van professor Roses
- lijst met P450 substraten, inhibitors en inducers.
- P450 1B1
- Salvestrolen hebben een beschermende werking tegen kanker.
- the Effect of Cytochrome P450 Metabolismon Drug Response, Interactions, and Adverse Effects
- De invloed van genetisch polymorfisme van cytochroom-P450-enzymenop het metabolisme van psychofarmaca
- Overzicht van de P450 interacties

Documentatie: de oorsprong van toxinen

- "Verliezen we het verstand?": restanten zenuwgif schadelijk voor de hersenontwikkeling van onze
   kinderen
- bestrijdingsmiddelen in voedsel: beoordeling van het risico voor kinderen door Prof. dr JGAJ Hautvast
- Weet wat je eet: een website met informatie aangaande toxinen en bestrijdingsmiddelen in onze dagelijkse
  voeding
- Compromising our Children - chemical impacts on children - intelligence and behaviour
- Hersenbeschadiging bij kinderen door chemische stoffen

Documentatie: P450 en kanker

- Kanker preventie en behandeling d.m.v. de P450 route






Fase I versnellers

Waarschuwing: versnelling van Fase I heeft gevolgen voor de werking van sommmige geneesmiddelen. Doe dit niet zonder de hulp van een ervaren hulpverlener.

Sommige geneesmiddelen kunnen P450-enzymen induceren (versnellen), waardoor de activiteit van het enzym toeneemt en de bloedspiegel van het medicijn, dat van die P450 afhankelijk is, daalt (er zijn dus hogere doseringen vereist en de werkingsduur is korter).
Inductie vindt plaats op het niveau van de aanmaak van het eiwit/enzym in de ribosomen.  
Het effect van inductie wordt niet direct zichtbaar, eerst moeten nieuwe enzymen aangemaakt worden, wat twee tot drie weken kan duren. Na staken van het inducerende geneesmiddel duurt het enkele weken voordat normalisatie van de P450-capaciteit optreedt.



Enzym-inductie: waarom een geneesmiddel na een tijd niet meer werkt

Het aanmaken van steeds meer enzymen met tot doel een bepaalde stof af te breken - kan ontstaan door inname van bepaalde geneesmiddelen (waaronder anti-epileptica en stimulerende middelen zoals Ritalin«/Rilatine« en Concerta«), maar ook door alcohol. Wat verklaart waarom iemand die meer alcohol consumeert, grotere hoeveelheden kan omzetten dan een niet-drinker.
Enzym-inductie is verantwoordelijk voor gewenning bij drugs- en alcohol verslaving. Men dient steeds meer te nemen van een middel om hetzelfde effect gedurende dezelfde periode te ervaren.



Voorbeelden van inducers zijn:

- niet-nucleosiden versnellen CYP3A4 (Aids remmer)
- stero´dhormonen
- macrolide antibiotica
- imidazol antimycotica
- Coleus forskohlii (CYP3A): stijging van de cAMP (cyclisch adenosinemonofosfaat)
- fenobarbital, barbituraten, insuline
- cafe´ne (zie tabel)  
- diabetes
- honger
- Glucocorticoiden (cortisol komt vrij bij stress) zijn P450 3A4,5,7 inducers
- vitamine B1 (thiamine), vitamine B2 (riboflavine), vitamine B3 (niacin of niacinamide)
- vitamine C
- magnesium, ijzer en molybdeem
- de heterocyclische amines in (hard) gebakken vlees, grill en barbecue
- organofosfaten, pesticides en dioxines
- sinaasappelen (D-limonene)
- tangeretine (mandarijnen en clementinen)
- karwij- en dillezaadjes
- (tÚ) eenzijdig prote´nedieet
- witte kool, broccoli en spruiten
- nobiletine, and flavone (P450 3A4)
- darm toxititeit (bv. dysbiose)
- ouderdom
- indole-3-carbinol (broccoli, spruitjes en boerenkool): Werkt tevens beschermend en preventief op oestrogeen
  gevoelige kanker. Versnelt ook het enzym testosteron 6 alfa-hydroxylase, waardoor het testosteron gehalte
  daalt.
- sterke CYP3A4 inductoren zijn: kaempferol (tevens CYP3A4 inhibitor), formononetin, luteolin-7-glycoside (tevens
  CYP3A4 inhibitor)
- alcohol (ethanol) is bij lage concentraties een CYP2E1 inducer. In hoge concentraties en bij chronisch alcolisme is
  alcohol een CYP2E1 inhibitor. Dit proces gaat gepaard met verlaging van het glutathione gehalte en toename van
  oxidatieve stress in het DNA.
- roken induceert CYP1A1,CYP1A2, CYP2E1 en CYP3A
- pesticiden: tal van pesticiden - insecticiden, fungiciden (schimmels), herbiciden (onkruid), nematiciden (aaltjes),
  acariciden (mijten), mollusciciden (slakken), rodenticiden (knaagdieren) - versnellen Fase I.

Bio groenten en fruit, de vijf voordelen:

1. preventief tegen kanker: de salvestrolen
2. 80 tot 90 % minder pesticiden
3. natuurlijke bemesting, rijke grond
4. meer vitaminen en mineralen in voeding
5. niet genetisch gemanipuleerd voedsel

Bisphenol-A of BPA, een monomeer die gebruikt wordt in verpakking plastiek (petflessen, babyflessen, folie, magnetron schalen enz...) is een sterke inducer van CYP3A4. Bisphenol-A is tevens een antagonist van een aantal schildklierhormonen en gedraagt zich als een oestrogeen imitator door zich te binden aan de oestrogeen receptoren.
BPA wordt voornamelijk afgebroken door (in volgorde van belangrijkheid): CYP2C18, CYP2C19 en CYP2C9.
BPA veroozaakt tevens een sterke stijging van prolactine (hyperprolactinemie). Een verhoging van het hormoon prolactine leidt tot een daling van dopamine (*) en vermindert de peristaltische beweging de darm.
( Antipsychotica en Methylfenidaat (Ritalin«/Rilatine«, Concerta« en dextro-amfetamines), cannabis en coca´ne zijn eveneens verantwoordelijk voor een stijging van het prolactine gehalte.)
Professor Fred vom Saal van de University of Missouri, Colombia (biological sciences) waarschuwt dat doseringen die 2500 maal lager liggen dan de huidige (veilige ?) norm verantwoordelijk zijn voor hersenschade, abnormale orgaan ontwikkeling en hyperactiviteit (ADHD ?). Een overzicht van zijn artikelen.
Zowel professor Grandjean, het WGO als Greenpeace hebben onderzoek laten doen naar de hoeveelheden BPA in navelstreng bloed. De bevindingen waren alarmerend te noemen.

(*) Dopamine en Catechol-O-Methyl-Transferase (COMT)
De neurotransmitter dopamine behoort samen met norepinefrine en epinefrine tot de catecholaminen. Het ontstaat in het lichaam uit levodopa (L-dopa).
Het heeft een belangrijke rol binnen het centrale zenuwstelsel, maar ook daarbuiten.
In het CZS speelt dopamine onder meer een rol bij het ontstaan van psychomotorische agitatie, van psychotische verschijnselen en heeft het invloed op de eetlust en op misselijkheid en braken. Een tekort aan dopamine
veroorzaakt hyperprolactinemie.
Daarnaast zijn stoornissen van de dopaminerge neurotransmissie betrokken bij het ontstaan van afhankelijkheid, stemmingsstoornissen, autisme, angst, dwang, agressie, ADD, ADHD en bepaalde cognitieve stoornissen.
(De afbraak van dopamine vindt plaats door twee enzymen: mono-amine-oxidase (MAO) en COMT. COMT is vooral belangrijk voor de afbraak van dopamine in de frontaal kwab van de hersenen.)

documentatie (Engelstalig):

- Thyroid Hormone Action Is Disrupted by Bisphenol A as an Antagonist
- Bisphenol-A, an environmental estrogen, activates the human orphan nuclear receptor, steroid and xenobiotic
  receptor mediated transcription



Cafe´ne
Cafe´ne stimuleert de insuline productie. Het zorgt ervoor dat je bloedsuiker stijgt en dan daalt het ineens heel snel. Hierdoor kun je last krijgen van vermoeidheid, irritatie en toegenomen eetlust. Er zijn ook mensen die er geen enkel probleem van ondervinden.
Cafe´ne belemmert CYP1A2, 2E1, en 3A. Een groot aantal van de medicijnen (psychofarma) worden opgenomen via deze routes, het gebruik van cafe´ne zal het effect van de medicatie dramatisch doen toenemen. Als de patiŰnt ineens stopt met het drinken van koffie kunnen de ontwenningsverschijnselen eerder beginnen omdat de medicatie sneller opgenomen kan worden.  Een voorbeeld waaraan u kunt herkennen dat Fase I onvoldoende werkt vindt u bij die mensen die cafe´ne niet kunnen verdragen.


Sommige groenten induceren (versnellen) P450
- broccoli,
- kool
- radijs
- rapen
- knollen

St. Janskruid, pterostilbene - evenals andere analogons van resveratrol -  zijn inducers van P450, alsook een tekort aan vitamine A.

Mensen met een snelle of juist langzame opname van stoffen krijgen eerder te maken met bijwerkingen en ontwenningsverschijnselen dan mensen met een gemiddelde opnamesnelheid.







Fase II ontgiftiging



Fase II

De lever maakt in Fase II gebruik van enzymen om de al omgezette gifstoffen uit de eerste fase verder wateroplosbaar te maken, om zo te kunnen afscheiden via de nieren en de gal. Zowel Fase I als II hebben voldoende brandstof nodig om de detoxificatie te kunnen volbrengen, zoals vitaminen, mineralen en aminozuren. Krijgen ze onvoldoende nutriŰnten leggen ze hun werk neer.

Fase I is belangrijk voor

- zware metalen
- alcohol, cafe´ne, nicotine
- E-nummers
- allerlei hormonen
- asperine, morfine, paracetamol, antibiotica
- pesticiden
- histamine (bv. voedselovergevoeligheid


De meeste Fase II enzymen bevinden zich buiten het endoplasmatisch reticulum (ER), uitgezonderd GTS (Glucuronyl transferase) en GST (Glutathione-S-transferase).

Zodra het bloed is gefiltreerd door Fase I, is het klaar voor de Fase II ontgiftingsweg. Hoewel een Fase II reactie niet noodzakelijkerwijs hoeft voorafgegaan te worden door een fase-I-reactie.
Tijdens Fase II worden de toxinen gebonden (conjugatie) en wateroplosbaar gemaakt, om zo via de nieren (urine) en de gal (omweg via de darm) te worden afgescheiden.
Fase II kent in totaal zeven mogelijkheden van conjugatie: glutathion conjugatie, aminozuur conjugatie, methylering, sulfatie, sulfoxidatie, acetylering en glucorondatie. Een aantal toxines wordt via slechts een van deze paden gebonden, andere door meerderen.
De noodzakelijke steunvoedingsmiddelen voor deze weg zijn de zwavelhoudende aminozuren, vitamine E, en vitamine A.

Voor conjugatie is veel bio-energie (ATP) noodzakelijk. Indien de mitochondria in de levercellen te weinig ATP produceren, zal Fase II onvoldoende functioneren en ontstaan er supertoxinen. Hetzelfde gebeurt als Fase I te snel werkt.
Er kan zo een verbinding ontstaan die reageert met biologisch belangrijke molekulen zoals DNA of eiwitten en op die manier mutagene, carcinogene of immuuntoxische effecten teweegbrengt.
Alle celprocessen kosten energie. Binnen de mitochondria wordt energie (ATP) geproduceerd. De zuurstof die hiervoor nodig is, wordt overgedragen door cytochromen. Deze zijn niet hetzelfde als de P450 cytochromen en bevatten ook ijzer. IJzertekort be´nvloedt de energie-overdracht. Gebrek aan anti-oxidanten en oxidatieve stress veroorzaakt schade aan de cel en de mitochondria en vermindering van energieproductie.
Fase I en II enzymen zijn verbonden met de energieproductie. Tijdens oxidatieve stress neemt de ontgiftingscapaciteit af.
Malondialdehyde (urine) is een maatstaf voor oxidatieve stress.

De belangrijkste fase-II-enzymen zijn

- glutathion-S-transferase: (GST) curcumine verbetert de werking van gluthation-s-transferase en
  quinon-reductase
- N-acetyltransferase (NAT)
- uridine difosfoglucuronosyl transferase (UGT)  
- sulfotransferase (SULT)

Fase II wordt gestimuleerd door volgende voedingsmiddelen en stoffen

- knoflook
- mariadistel: verhoogt gluthation (vertraagt ook Fase I)
- sojabonen (niet aan te bevelen wegens talrijke schadelijke werkingen)
- rozemarijn
- curcumine verbetert vooral de werking van gluthation-s-transferase en quinon-reductase (vertraagt ook Fase I).
  Het heeft net als phosphatidylcholine een beschermende werking op de lever. In zeer hoge doseringen (>8 g)
  werkt het als een (niet destructieve) chemokuur. Het herstelt tevens tevens tegen de gevolgen van
  mitochondriale schade en verhoogt het ATP gehalte. Bij zeer hoge doseringen dient men steeds te checken op
  ontgiftigingsverschijnselen.
- schil van rode druiven (egaline), remt tevens Fase I
- N-acetyl-cyste´ne (NAC): vult de glutathionvoorraad van de cel aan

Koolsoorten bevorderen de opname en productie van glutathion.
Spruitjes en broccoli verhogen de activiteit van glutathion-S-transferase, maar versnellen ook Fase I.
Voor de glutathion conjugatie zijn selenium, B12 en zink nodig.

(wordt vervolgd)



(on)evenwicht tussen Fase I en II

Als men aan veel gifstoffen bloot staat, is Fase I actiever dan normaal. Als Fase II van de ontgifting op normale snelheid loopt of iets te traag is dan zullen de in Fase I gevormde supertoxines (de tussenvorm) in het lichaam achter blijven en nog meer schade aanrichten dan de oorspronkelijke toxines. In zoĺn geval spreekt men van pathologisch (ziekmakend) ontgiften.

Fase I produceert door het werkingsmechanisme veel vrije radicalen. Het is daarom belangrijk om te zorgen voor voldoende anti-oxidanten: vitamine B, C en E, etc.
Glutathion is de belangrijkste component in de lever bij het onschadelijk maken van vrije radicalen.
De ontgiftingscapaciteit van Fase I is erfelijk bepaald, maar kan zowel positief als negatief be´nvloedt worden.
Verloopt Fase II te traag door onvoldoende zwavelhoudende aminozuren dan kan zich dit uiten in:

- vermoeidheid,
- hoofdpijn
- spierpijn
- oedeem
- buikklachten
- verstopping
- misselijkheid
- vieze metaalsmaak in de mond
- huidklachten
- duizeligheid
- jeuk
- ander eetgedrag

Fase II is vooral door (gereduceerde) gluthation positief te be´nvloeden.




Problemen met Fase I

Indien Fase I niet goed verloopt, ontstaat er superoxide, hydroxyl radicaal en andere vrije radicalen. Dit betekent een hoge mate van oxidatieve stress.
Dit geeft op zijn beurt secundair weefselbeschadigingen die vervolgens een rol kunnen spelen bij of zelfs het kunnen veroorzaken van bijvoorbeeld allergieŰn, intoleranties, beschadiging immuunsysteem, hormoonstelsel, zenuwstelsel, hart en vaatziekten, gewrichtsklachten, etc.

Maatregelen die kunnen genomen te worden om het P-450 systeem te ondersteunen

- Minder en betere kwaliteit van vetten eten
- Meer aminozuren
- Geen suiker, koffie, roken en weinig alcohol

Aanvullende stoffen

- vitamine B1, B2, B3, B6, B12
- foliumzuur
- glutathion (gereduceerde)
- selenium
- L-Leucine
- L-Isoleucine
- L-Valine
- flavono´den
- fosfolipiden
- proanthocyanidinen (OPC)
- kruiden (bijvoorbeeld silymarine, rozemarijn)
- artisjok, groene thee, zaden, avocado en ei-eiwit

Ook als het lichaam naar behoren functioneert en de lever geen overuren hoeft te maken, kunnen er toch altijd vrije radicalen ontstaan die te allen tijde bestreden moeten worden.
Hierdoor is de vraag naar bovenstaande nutriŰnten, weliswaar in mindere mate, nog altijd nodig.

Mogelijke oorzaken van een vertraagde Fase I

Als mensen bijna niet worden blootgesteld aan giftstoffen gaat Fase I trager werken. Het lichaam dient weinig tot geen moeite te doen om de toxinen uit het lichaam te verwijderen. Echter deze situatie is bij ons zo goed als ondenkbaar. Voedingstoffen worden door 3000 verschillende chemische stoffen behandeld, vanaf de teeltfase tot de verwerking ervan. Zonder te spreken van al de andere chemische stoffen, zoals verzorgingsproducten, uitlaatgassen en wat we gebruiken aan apparaten en bouwmaterialen.
Mensen die snel dronken worden of die koffie niet goed kunnen verdragen hebben waarschijnlijk een te traag werkende Fase I.

Fase I wordt ook vertraagt door het gebruik van sommige geneesmiddelen en stoffen (zie: Fase I inhibitors).

Behandeling van een vertraagde Fase I

1. Probeer stoffen die Fase I versnellen te mijden (zie Fase I inhibitors). Stoppen met de anticonceptiepil en andere medicijnen is een optie.
2. Fase I mag pas versneld worden als Fase II wordt opgevangen. Anders ontstaat het gevaar van een pathologische ontgiftiging, waardoor de Fase 1 metabolieten niet kunnen verwerkt worden. Vaak zijn Fase I matabolieten schadelijker dan de oorspronkelijke toxinen (Fase I gaat sneller dan Fase II kan verwerken).
Neem voldoende antioxidanten om de vrije radicalen die door Fase I worden geproduceerd, te neutraliseren.




Problemen met fase II

COMT: Catechol-O-methyltransferase inactiveert de catecholamines en catechole stoffen zoals L-Dopa, epinephrine (adrenaline) en norepinephrine (noradrenaline).
Gereduceerde werking van COMT wordt geassocieerd met psychiatrische stoornissen zoals paranoia, schizofrenie en psychose. Drugsverslaafden hebben vaak een tekort aan COMT, wat ze een heel stuk gevoeliger maakt voor verslaving (en afkicken).
De werking van COMT kan - als het niet erfelijk bepaald is - gereduceerd worden door chronisch alcoholverbruik.
COMT blijkt een modulerende rol te hebben in de endocriene respons tijdens een psychologische stressor en speelt mogelijk een rol in de kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van een depressief syndroom, angsten en dwangmatigheden (OCS).
Eerder onderzoek naar de functie van het polymorfisme van COMT toonde aan dat dit genotype ook een rol speelt in het moduleren van de opioide neurotransmissieprocessen als reactie op een pijnlijke stimulus, terwijl het opioid receptor polymorfisme tevens van invloed bleek te zijn op interindividuele variaties in de wijze waarin pijn aanleiding geeft tot het ervaren van depressie of angst.
Het merendeel van de mensen met een COMT reductie hebben een overgevoeligheid voor gluten (gliadine) en koemelk (case´ne), waarbij ook de opioid peptiden uit gluten (exorphin B5) en koemelk (casomorphin)een rol spelen als concurrende stoffen binnen het endogene opioide receptor systeem.
COMT is tevens verantwoordelijk voor de afbraak van oestrogenen, een verminderde werking wordt in relatie gebracht met borstkanker.
Defecten in COMT zijn vaak gerelateerd aan ADD, ADHD en ASS, alcolisme, verslaving, depressie en bipolaire stoornis.

documentatie: COMT en borstkanker

NAT-1 en NAT-2 (co-factor: AcCoA = Acetyl Coenzyme A): N-acetyltransferase-1 vindt men in niet-lever weefsel en N-acetyltransferase-2 vindt men in de lever en de darmen.
Beiden zijn werkzaam binnen de Fase II acetylering. Hun werkterrein is het afbreken van de heterocyclische aromatische amines (HAC) en talloze andere toxinen uit onze omgeving zoals tabaksrook en uitlaatgassen.
Afwijkingen geven een verhoogd risico op diverse soorten kanker. Verklein de risicoĺs door te stoppen met roken. Ook meeroken is gevaarlijk.
NAT reductie geeft risico op kanker ontwikkeling aan de blaas (30%) en dikke darm, longen, hersenen, nek en borsten.
Glycine beta´ne, een stof die voorkomt in bepaalde biersoorten zou bescherming bieden tegen Trp-p-2, een HAC variant (cfr. dr. Firouz Darroudi van het LUMC).
50% van de blanke bevolking is een trage NAT-metaboliseerder.  

GST: Glutathione-S-transferase beschermt tegen oxidatieve stress door het reduceren van hydrogeen peroxide en het regenereren van de geoxideerde vitamines C en E.
Gluthation (opgebouwd uit cysteine, glycine en glutamine) is de belangrijkste verdediger tegen vrije radicalen en is aanwezig in elke cel van het lichaam. De concentratie in de darm is 60% van die van de lever.
Glutathion suppleren is zinvol. Het wordt opgenomen door de mucosa van de darm en niet in de darm afgebroken door enzymen. Het wordt niet opgenomen in de mitochondria omdat het dit membraan niet kan passeren. De glutathion binding aan toxische stoffen vindt hierdoor plaats buiten de mitochondria in het cytoplasma.
GST ontgift tevens elektrofiele stoffen zoals solventen (oplosmiddelen), herbiciden, fungiciden, polycyclische aromatische hydrocarbonate en zware metalen (kwik, lood en cadmium).
Een tekort aan glutathione veroorzaakt oxidatieve stress (vrijkomen van vrije radicalen bij een verminderde ontgiftiging), verhoogt de kans op kanker en vermoeidheid syndromen zoals CVS.
Vitamine C, E, N-acetylcyste´ne en mariadistel kan helpen. Stop met roken en meeroken (kaarsen en wierrook zijn net zo schadelijk) . Vermijd blootstelling aan bestrijdingsmiddelen (bio) en oplosmiddelen.
Bij de aanmaak van glutathion zijn volgende stoffen o.a. nodig: cyste´ne, glycine, glutamine en selenium. Zink stimuleert het glutathiongehalte. Glycine is noodzakelijk voor de co-enzym A productie en is afhankelijk van vitamine B5.
Volgende voeding verhoogt glutathion: koolsoorten (vooral broccoli, witte kool en spruitjes) en uisoorten (uien, look, sjalotten).

SOD-1: Superoxide dismutase-1 is een anti-oxidant enzyme en bevindt zich intracellulair (binnen de cellen of in de cellen, meerbepaald het cytosol en zet reactieve oxidaties om in minder reactieve hydrogene peroxides.
Verminderde SOD-1 werking staat in verband met oxidatieve stress en uitzondelijk met ALS (Amyotrofische Lateraal Sclerose of Ziekte van Lou Gehrig).
Suppleren met SOD en glutathion is hulpzaam (SOD-1 werkt samen met glutathion om de oxidatieve stress aan te pakken), alsook vitamine C, E, N-acetylcyste´ne en mariadistel.

SOD-2: Superoxide dismutase-2 is een anti-oxidant enzyme en bevindt zich binnen de mitochondria (waar de energie wordt geproduceerd) van de cellen (lichaamscellen hebben omstreeks 3000 mitochondria per cel, in de hersenen is dit 9000 per cel).
SOD-2 zet reactieve oxidaties om in minder reactieve hydrogene peroxides.
Verminderde SOD-2 werking staat in relatie met de ziekte van Parkinson's, borstkanker en ALS. Suppleren, zie SOD-1.

Mogelijke oorzaken en behandeling van een vertraagde Fase II

De Fase II reactie is een vervolgreactie die ontstaat wanneer sommige stoffen niet ontgift kunnen worden via Fase I. Deze stoffen hebben eerst nog een ingewikkeld conjugatieproces (binding) nodig voordat ze kunnen worden uitgescheiden.
Tijdens de fase-II-reactie wordt er een wateroplosbare groep aan de stof of het reactieproduct van de fase-I-reactie gekoppeld, dit heet conjugatie.
Wanneer Fase II niet goed werkt ontstaat er een overbelasting van de lever waardoor er levercellen worden beschadigd en de celfuncties achteruit gaan. Hierdoor gaat de lever minder goed functioneren.
Dit proces kan mogelijk hersteld worden door stoffen zoals mariadistel, curcumine en vitamine E (de dagelijkse toegelaten hoeveelheid van vitamine E nooit - zeker niet bij rokers - overschrijden omdat het dan werkt als een pro-oxidant)

1. Genetische predisponitie

Erfelijke voorbesteldheid, bv. de ziekte van Gilbert (bilirubine wordt onvoldoende door het glucuronisatiepad afgebroken, waardoor het in het bloed achterblijft).
Zoals voor het gehele P450 enym traject geldt, kan men een SNP-profiel laten uitwerken, dit is een DNA bepaling van de afwijkingen in Fase I en II.

2. Fase I werkt te snel

Zie Fase 1 inducers

3. Glucoronisatie

Glucoronisatie, het binden van toxinen aan glucoronzuur is afhankelijk van het enzym UDPGT (UDP-glucuronyl-transferase).
Functies zijn het afbreken van:

- bepaalde geneesmiddelen
- benzoaten: een conserveringsmiddel, meer bepaald tegen schimmels(zoals benzoŰzuur: E210 tot E213).  Overvloedig aanwezig in frisdranken en recent
   erkend als een toxisch product.
- salicylzuur verbindingen: medicatie (pijnstillers zoals asperine, paracetamol) en voeding (zie documentatie)
- hormonen
- morfine
- melatonine
- vanilline
- menthol
- galzuren
- Ritalin«/Rilatine« en Concerta« worden ook door de glucuronisatie route gebruikt.

Een gelige huidskleur en gelig oogwit kunnen een indicatie zijn van onvoldoende glucuronisatie activiteit.

Documentatie: Wat is salicylzuur en in welke voedingsmiddelen komt het voor

Mogelijke oorzaken van een vertraagde glucoronisatie:

- teveel vitamine K, tekort aan ijzer of andere co-factoren
- mitochondriale schade en meerbepaald het mitochondriaal DNA, veroorzaakt door een opstapeling van vrije radicalen (oxidatieve stress). Hierdoor verloopt de ATP productie onvoldoende
- vetraagde schildklier werking (hypothyroidie)

Behandeling van een vertraagde glucoronisatie:

verbeteren van de ATP productie
verbeteren van de vetverbranding
verbeteren van de glucose verbranding door de insuline resistentie te verminderen
schildklier onderzoek
verminder de hoeveelheid gifstoffen die via voeding wordt binnen gekregen
aanvullen van de co-factoren (multi vitaminen en mineralen) en Calcium D-Glucaraat (beginnen met 250 mg tot 500  mg, maximaal 2250 mg).  Calcium D-Glucaraat is vooral nuttig om de xenoestrogenen (stoffen van buitenaf die zich gedragen als oestrogenen - zoals bij soja -  te verwijderen). Phthalaten (weekmakers = stoffen die plastic soepel maken zoals in plasticfolie) zijn een voorbeeld van xenoestrogenen (*).
gunstige voeding: ei, bloemkool, broccoli, spruitjes, witlof, paksoi, boerenkool, hŘttenkńse, ricotta, rundvlees, avocado, wild, algen, tarwekiemen

4. aminozuur-conjugatie: Glycinatie

Het onschadelijk maken van toxinen door een binding met een aminozuur.

De aminozuren die hiervoor worden gebruikt zijn:

- glycine (voornaamste)
- taurine,
- glutamine
- arginine
- ornithine

Functies zijn het afbreken van:

- nicotine
- voedseladditieven (E-nummers)
- aspirine
- galzuren

Mogelijke oorzaken zijn:

- te lage inname van eiwitten (tekort aan aminozuren, vooral L-Glycine)
- verstoorde of te lage eiwitsplitsing (bv. door proteaseremmers zoals soja)
- tekort aan vitamine B6
- tekort aan co-enzym A (pantoteenzuur of vitamine B5)
- hepatitis
- leveraandoeningen
- kanker
- chronische artritis
- hypothyroidie (traag werkend schildklier)
- darm toxititeit (bv. dysbiose)
- zwangerschap toxititeit
- excessieve blootstelling aan chemische toxinen

Behandeling:

- elimineren van de voedselintoleranties
- extra L-Glycine
- normaliseren van de darmflora
- vermijden van proteaseremmers zoals soja
- zie oorzaken
- gunstige voeding: ei, linzen, paddestoelen, tarwekiemen, pinda, zaden, noten, rund, wild, gevogelte, bladgroenten, peulvruchten, ricotta, uien, cottage
  cheese

5. Sulfatie

Sulfatie is het binden van toxinen aan zwavelhoudende componenten.
Sulfatie is verantwoordelijk voor de afbraak (en zodoende opbouw-leverancier van herbruikbare fragmenten van deze neurotransmitters) van een aantal neurotransmitters die een hoofdrol spelen bij ADD, ADHD en ASS.
Personen die gevoelig zijn voor sulfiet in witte wijn, hoofdpijn krijgen van rode wijn en moeite hebben met fenolrijke voeding, hebben mogelijk een probleem met de sulfatie.

Functies zijn het afbreken van:

- anticonceptiepil (wordt voor 50% ge´nactiveerd door sulferbindingen in de darm). In de lever is sulfotransferase
  het belangrijkste enzym voor de verwerking van oestrogenen (afbraakproducten van oestrogeen zijn
  kankerverwekkend).
- alcohol
- voeding additieven (E-nummers)
- histamine (allergie en voedselintolerantie)
- zware metalen
- toxinen (fenolen) die door een onevenwichtige darmflora (dysbiose) worden gevormd
- stero´de hormonen ( testosteron, cortisol, aldosteron en oestrogeen)
- cortisol
- DHEA
- schildklierhormonen (T3 en T4)
- sulfaat neurotransmitters (tyramine (*), dopamine, serotonine, noradrenaline).

(*) Tyramine is een monoamine (ÚÚn aminozuur groep, tyrosine) neurotransmitter. Alle monoamines zijn opgebouwd rond het aminozuur fenylalanine, tyrosine, tryptofaan en de schildklierhormonen d.m.v. het enzym AAAD (Aromatic L-amino acid decarboxylase). AAAD is o.a. verantwoordelijk voor de omzetting van L-dopa tot dopamine en 5-HTP tot serotonine (5-HT). Tyramine heeft tot doel andere monoamines die zijn opgeslagen vrij te geven, zoals dopamine, serotonine, noradrenaline (norepinefrine) en adrenaline (epinephrine).
Tyramine wordt gemetaboliseerd door het enzym MAO (Monoamine oxidase) uit plantaardig en dierlijk voedsel en wordt gevormd door decarboxylering van tyrosine tijdens het fermentatieproces en het bederven van etenswaar. Voedsel dat hoge tyramine waarden bevat zijn over het algemeen bewerkt: fermentatie, gerookt, gemarineerd, langdurig voorverpakt (charcuterie). Voorbeelden zijn verwerkte melkproducten, zuurkool, kokosnoot, tofu, chocolade, gist, charcuterie, soja- en tamarisaus, bananen en auberginen.
Reacties op tyramine zijn gekenmerkt door een verhoging van de bloeddruk (systolische druk of bovendruk), vasoconstrictie (vernauwen) van de bloedvaten, toegenomen hartslag en hoofdpijn of migraine. (bron 1 en 2)

Mogelijke oorzaken:

onvoldoende inname van sulfaat-houdende aminozuren (cyste´ne en methionine)
deficiŰntie in het fenyl sulphur transferase (PST) enzymsysteem
verhoogde doorlaatbaarheid van de darm (zie kader)
inname van NSAI's (bv. asperine)
inname van tartrazine (E-102 = gele azo-kleurstof)
teveel vitamine B6
teveel molybdenum
molybdenum deficiŰntie
contact met PCP (Pentachloorfenol): deze stof wordt gebruikt als onderdeel van herbiciden, insecticide, fungiciden, algaeciden en ontsmettingsmiddelen. Ook om houtrot tegen te gaan (veelvuldig gebruikt bij de spoorwegen). Sinds begin jaren 80 verboden in Amerika, nog steeds van toepassing in Europa. PCP remt de sulfatie.






Vrije radicalen en antioxidanten (ORAC)

Indien uw lever Fase 1 onvoldoende ontgift (of te snel werkt waardoor Fase II niet kan volgen) , ontstaan er veel zogenaamde vrije radicalen.  Dit zijn zeer agressieve chemische verbindingen die onder andere weefselschade kunnen geven.
Om dit op te vangen heeft ons lichaam antioxidanten nodig. Een deel ervan kan het lichaam zelf aanmaken, echter onze manier van leven is dusdanig toxisch zodat we extra antioxidanten dienen te nemen.
Dit kan d.m.v. suppletie, maar ook door voeding.

ORAC

De antioxidant waarde (de mate waarin vrije radicalen kunnen "gevangen" wordt uitgedrukt met de ORAC waarde.
ORAC is een afkorting voor Oxygen Radical Absorbance Capacity. Het is de anti-oxidatieve capaciteit van groenten en fruit volgens een methodiek ontworpen door de Amerikaan Guohua (Howard) Cao, werkzaam bij het Amerikaanse ministerie van Landbouw en bij het Tufts University in Boston.
Men maalt monsters van voedingsmiddelen, zoals bessen of appelen, tot moes. Deze moes wordt door vloeistofchromatograaf gehaald, waarna men meet in hoeverre dit product in staat is om lichaams radicalen zoals peroxil onschadelijk te maken. Elke product krijgt dan een ORAC score toegekend.
Omdat de ORAC score zich richt op het resultaat in plaats van het identificeren van een individuele stof wordt ook het synergie effect meegenomen van de aanwezige anti-oxidanten. Het is algemeen geaccepteerd dat de som veel groter is dan de afzonderlijke anti-oxidantbestanddelen.
Volgens de Tufts universiteit zouden de Amerikanen minimaal 3.500 ORAC-eenheden moeten eten, tegen de 1.200 die nu geconsumeerd wordt. Idealiter zou dat zelfs 5.000 of meer mogen zijn. Om dagelijks 3.500 ORAC-eenheden binnen te krijgen dient men 10 porties groenten en fruit te eten.

ORAC waarden van groenten en gruit

De volgende lijst geeft de ORAC waarden weer per 100 g (eerste cijfer), het tweede cijfer geeft het gewicht dat nodig om onze dagelijkse hoeveelheid (ADH)van 5000 eenheden binnen te krijgen.

Fruit: ORAC Score/Gram nodig tot ADH

Bramen 7,700/65
Gedroogde pruim 5,770/87
Bosbes 4,460/112
Granaatappel 3,307/151
Rozijnen  2,830/177
Blauwe bes 2,400/208
Rode Framboos 2,400/208
Zwarte bessen 2,036/246
Aardbeien 1,540/325
Noni Fruit 1,506/332
Pruim 949/527
Sinaasappels 750/667
Kersen 670/746
Rode druiven 739/677
RodeGrapefruit 495/1010
Grapefruit 460/1087
Appel 218/2294
Banaan  210/2381
Peren 134/3731
Watermeloen 100/5000

Groenten: ORAC Score /Gram nodig tot ADH

Knoflook 1939/258
Spinazie 1,770/282
Gestoomde Spinazie 909/550
Gele pompoen 1,150/435
Spruiten 980/510
Alfalfa spruiten 930/538
Broccoli stengel 880/568
Broccoli bloemen 890/562
Bieten 840/595
Avocado 782/639
Rode Peper  710/704
Gebakken bonen 503/994
Uien 450/1111
Mais  400/1250
Erwten 375/1333
Eierplant 390/1282
Aardappel 300/1667
Zoete Aardappel 295/1695
Kool  295/1695
Bloemkool 385/1299
Wortel 210/2381
Tomaat 195/2564
Komkommer 60/8333

Overige: ORAC Score/Gram nodig tot ADH  

Pure Chocolade 13,120/38.1
Melk Chocolade 6,740/74.2
Rooibos thee (200ml) 750/133

Chemisch vervaardigde antioxidanten zijn niet steeds veilig

Verschillende studies hebben aangetoond dat drie (chemisch vervaardigde) oxidanten net een tegenovergetseld hebben. Ze verergeren kanker. Dit zijn: beta caroteen, vitamine A en E.
Selenium en vitamine C scoorden positief.
Het is dan ook raadzaam niet te suppleren met deze drie synthetische antioxidanten, maar toelaas te zoeken tot organisch gefrabriceerde antioxidanten en/of d.m.v. fruit en groenten.
Organische suppletie is duur maar is in principe stukken beter omdat de nutriŰnten voorzien zijn van in de natuur voorkomende co-factoren. Co-factoren zijn stoffen die het lichaam nodog heeft om een nutriŰnt te kunnen opnemen.
Dit zien we bijvoorbeeld bij geraffineerde voedingsproducten zoals witte suiker. Witte suiker bevat geen co-factoren. De glucose kan alleen opgenomen worden doordat het lichaam vitaminen en mineralen aan het lichaam onttrekt. M.a.w. witte suiker en geraffineerde producten putten het lichaam uit.

DMAE

DMAE is een prima antioxidant voor de zenuwen. Het is tevens het enige supplement dat de verhoogde thŔta-hersengolven (ADD, ADHD en ASS) en verhoogde alfa-hersengolven (ASS) doet dalen en dit binnen de 12 weken.
DMAE verbetert tevens het geheugen en lijkt ook invloed te hebben op de helderheid van dromen.
Van L-theanine (groen thee) is bekend dat het alfa doet stijgen.

Documentatie DMAE:

- DMAE - Source density analysis of functional topographical EEG -monitoring of cognitive drug action

Irreversibele oxidatie

Eenmaal geoxideerde voedingsbestanddelen of eiwitten zich in het lichaam hebben gevormd kunnen ze niet meer "gedeoxideerd" (gereduceerd) worden, door het toevoegen van antioxidant.
De gevolgtrekking is dat een antioxidant alleen schade door oxidatie kan voorkomen en niet de schade kan herstellen zoals wel eens wordt gedacht.
"Uitgewerkte" antioxidanten kunnen daarentegen wÚl opnieuw geactiveerd worden, bijvoorbeeld door liponzuur.

Antioxidanten liever niet ge´soleerd innemen

Het lijstje met voorwaarden is nog niet gedaan. De inname van een ÚÚn ge´soleerd antoxidant is af te raden. Zoals geweten werken antioxidanten synergisch en kan overdosering van ÚÚn enkel antioxidant de oxidatieve stress verhogen i.p.v. verlagen.



Kanker preventie en  de P450 route

CYP3A4 is tevens een enzym dat oestrogeen gevoelige kanker be´nvloedt.
Om deze reden kunnen CYP3A4 inhibitors (remmers) kunnen ook ingezet worden als chemopreventoren (kankerpreventie) bij intestinale- en leverkanker door de biotransformatie (Fase I) van procarcinogene (kankeruitlokkende stoffen) in carcinogene componenten te voorkomen.
Daarentegen kunnen CYP3A4 inducers (versnellers) ingezet worden om de biotransformatie te bespoedigen, waardoor toxinen het lichaam sneller verlaten.
Echter dit dient steeds te gebeuren door tegelijk Fase II te optimaliseren. Als Fase II niet kan volgen wordt het oorspronkelijke toxine, meer toxisch en volgt een opstapeling met alle gevolgen vandien.
Het spreekt voor zich dat dit steeds onder professionele begeleiding dient te gebeuren.

CYP1B1. Begin jaren negentig vond dr. Dan Burke - de grondlegger van de P450 enzymroute - een enzym van uitsluitend voorkwam in tumorcellen. Samenwerking met dr. Gerry Potter leidde tot de ontwikkeling van een geneesmiddel DMU-135 dat zich hechtte aan het CYP1B1 enzym.
DMU-135 paste op het CYP1B1 enzym er ontstond een krachtige tyrosinekinaseremmer.
Van tyrosinekinaseremmers is bekend dat ze de tumorcel te gronde richten. DMU-135 is gepatenteerd en is nu in ontwikkeling als antikankermiddel. Het duurt evenwel nog vele jaren voordat het middel kan worden gegeven aan kankerpatiŰnten. Eerst zal het de gangbare procedure van geneesmiddelenonderzoek moeten doorlopen.
Op een bepaald moment realiseerde dr. Potter zich dat er misschien ook stoffen in de natuur voorkomen die voldoen aan de grondstructuur die past op het CYP1B1-enzym. De zoektocht duurde niet lang. Hij stuitte op het piceatannol dat inderdaad zo een stilbeen-grondstructuur heeft (zie figuur).


(afbeelding)  bron: ortho.nl


Piceatannol heeft een tyrosinekinaseremmende activiteit. Ook bleek het andere tyrosinekinases te kunnen remmen die vooral in tumorcellen voorkomen. Door deze eigenschappen van piceatannol vindt apoptose (het proces van geprogrammeerde celdood)  plaats van de tumorcel. Omdat het gevormd wordt met behulp van het CYP1B1-enzym en dit enzym alleen voorkomt in tumorcellen, blijven gezonde lichaamscellen bespaard voor de apoptotische werking.
Ondertussen ging de zoektocht verder naar andere stoffen die in de natuur voorkomen. zo een stof bleek resveratrol te zijn. Het verschil tussen resveratrol en het stilbeen piceatannolis is ÚÚn OH-groep. Het CYP1B1 zet het resveratrol om in het tumordodende piceatannol.
De zoektocht ging verder naar stoffen die hetzelfde effect hadden. Deze werden gevonden in groente en fruit en men noemde ze de salvestrolen. Onderzoekers zijn nu druk bezig om de meest effectieve salvestrolen te isoleren. Deze zijn nu sinds kort via supplementen te koop.

Bio of geen bio?

De onderzoeksgroep van Burke en Potter is tot de conclusie gekomen dat de hedendaagse voeding 80 tot 90% minder salvestrolen bevat vergeleken met vijftig tot honderd jaar geleden. Alleen in biologische (onbewerkte) voedingsmiddelen komen nog relevante hoeveelheden salvestrolen voor. De afname van beschermende salvestrolen en de toename van kankerverwekkende stoffen in voeding heeft in de laatste decennia mogelijk bijgedragen aan de toename van kanker.
Het is echter zo dat er meer salvestrolen worden aangemaakt naarmate er meer infecties optreden onder de gewassen.
Daarom is het gebruik van moderne pesticiden en fungiciden, die het risico op infecties hebben teruggedrongen, mede de oorzaak geweest van het afnemen van de hoeveelheden salvestrolen in de voeding.
Salvestrolen behoren tot de fytoalexinen, verbindingen die een plant maakt om zich te beschermen tegen stressoren als bacteriŰn, schimmels, virussen en insecten.

Documentatie:

- Artikel uit Supplement december 2007 over salvestrolen
- Evidence that CYP1B1 is a Universal Tumour Marker

Amerikaanse Vereniging voor Kankeronderzoek

De AACR (Amerikaanse Vereniging voor Kankeronderzoek) is een organisatie die instaat voor de preventie en behandeling van kanker.
Opgericht in 1907, is het AACR de oudste en grootste professionele organisatie van de wereld gewijd aan het vooruitgaan van kankeronderzoek. Het lidmaatschap omvat bijna 26.000 onderzoekers uit de gezondheidszorg, kankeroverlevenden en behandelaars in de Verenigde Staten en in meer dan 70 andere landen.
Het AACR rangschikt het volledige spectrum van deskundigheid van de kankergemeenschap om vooruitgang in de preventie, de diagnose en de behandeling van kanker door de wetenschappelijke en onderwijsprogramma's van uitstekende kwaliteit te versnellen.

Kankerwerende fruit- en groentensoorten die inwerken op de P450 route

- kolen
- spinazie
- knoflook
- spruitjes
- broccoli
- bloemkool
- boerenkool
- uien, sjalotten
- waterkers
- soja, sojascheuten (niet aan te bevelen wegens andere schadelijke bijwerkingen)
- lijnzaad (vers gemalen)
- tomaten
- kurkuma (curcumine)
- zwarte peper (bioperine)
- bosbessen, (zwarte) frambozen, braambessen
- veenbessen (gedroogd)
- druiven (egaline)
- chocolade (puur >70%)
- sap van citrusvruchten (vooral pompelmoes en limoen)
- groene thee (10 minuten laten trekken)
- rode wijn (1 glas per dag)






Toxine overbelasting en CVS

De rol van blootstelling aan gifstoffen uit de omgeving in de ontwikkeling van CVS is onderzocht en er bestaat bewijs voor een mogelijke rol van toxines in de ontwikkeling van de vermoeidheidssymptomen.
Aangetoond is dat de organofosfaatconcentratie in het bloed van CVS-patiŰnten hoger is dan in individuen uit de controlegroep (Dunstan et al. 1995).
Organofosfaten komen onder andere voor in pesticiden en hebben een remmende werking op acetylcholine-esterase (AChE). Dit enzym komt primair voor in het autonome en centrale zenuwstelsel, maar ook in het bloed. AChE speelt een rol in de afbraak van de neurotransmitter acetylcholine (ACh) welke onder andere betrokken is bij impulsoverdracht naar spiercellen; inhibitie van AChE leidt tot acetylcholine-ge´nduceerde overstimulatie van spiercellen (Van Raaij et al. 2005).
Stephens et al. (1996) toonden aan dat blootstelling aan organofosfaten kan leiden tot abnormaliteiten in het zenuwstelsel.

Een andere toxine die met CVS geassocieerd wordt is ciguatoxine. Dat is een door bepaalde algen geproduceerde stof die in hogere concentraties in bepaalde vissoorten kan voorkomen die op deze algen fourageren. De vissen zijn zelf ongevoelig voor de stof, maar in mensen tast het het zenuwstelsel aan. Jesse Mulder en Rik van Velzen "CVS: een biologische benadering"

Abnormaliteiten in de HPA-as komen bij CVS-patiŰnten met een ciguatoxinevergiftiging in hogere frequentie voor dan bij patiŰnten waarbij CVS is ontstaan na EBV-infectie (Racciatti et al. 2001).

bron: Het chronisch vermoeidheidssyndroom: een interdisciplinaire benadering vanuit een biologisch en filosofisch standpunt






E-nummers met de meest voorkomende problemen

E-nummers zijn voedingsadditieven (niet alle additieven hebben een E-nummer, bv. vanilline) die bedoeld zijn om de houdbaarheid, de structuur, de smaak, de kleur en het volume van voeding te verbeteren of te vermeerderen. De meeste reacties op voedingsadditieven zijn van niet-immunologische aard en verstoren het metabolisme en de werking van bepaalde neurotransmitters en signaalstoffen.

Kleurstoffen

AZO-kleurstoffen

Alle AZO-kleurstoffen versterken reacties bij mensen die intolerant zijn tegen salicylaten. Azokleurstoffen worden in verband gebracht met hyperactiviteit (in combinatie met benzoaten) en astma.

- E102 tartrazine, geel: geeft op zich geen bijwerkingen, met uitzondering bij mensen die intolerant zijn tegen
  salicylaten (aspirine, bessen), waarbij tartrazine ook intolerantieverschijnselen opwekt. In combinatie met
  benzoaten (E210-215) wordt tartrazine in verband gebracht met een groot aantal gevallen van
  ADHD (hyperactiviteit) bij kinderen. Tartrazine is een bekende histamine vrijmaker en kan bij mensen met asthma
  ook klachten geven.
- E110 zonnegeel FCF: zeer veel producten
- E122 azorubine (rood): zeer veel producten  
- E123 amaranth (rood): zeer veel producten
- E124 ponceau 4R (rood): zeer veel producten, kan ook bloedarmoede veroorzaken en het is mogelijk mutageen.
- E128 Rood 2G: snoep en vleesproducten
- E129 Allura Rood: beperkt tot snoep en vleesproducten, een van de afbraakproducten in het lichaam
  veroorzaakt in hoge concentraties blaaskanker bij proefdieren
- E151 Briljantzwart BN: beperkt gebruik, maar in veel soorten producten mogelijk
- E155 bruin HT: snoep- en bakkerijproducten

Niet AZO kleurstoffen

- E104 chinolinegeel (groengeel): zeer veel producten, staat bekend als een histamine vrijmaker
- E127 erythrosine (rood): zeer veel producten, een effect op hyperactiviteit bij kinderen is beschreven in een paar
  gevallen, evenals een mogelijk mutageen verband. Het versterkt de fotosensibiliteit bij mensen die last hebben
  van zonlichtallergie. In hoge concentraties heeft het een effect op de stofwisseling van jodium.
- E131 Patentblauw V: een zeldzame bijwerking is een sterke allergische reactie doordat de stof zich aan
  lichaamseiwitten kan binden. Het kan ook histamine vrijmaken.
- E132 Indigotine (indigoblauw): een zeldzame bijwerking is een sterke allergische reactie doordat de stof zich aan
  lichaamseiwitten kan binden. Het kan ook histamine vrijmaken.
- E133 Brilliantblauw FCF:  ijs en een paar andere producten, veel in cosmetica, Allergische reacties zijn
  waargenomen.
- E142 groen S: zeer veel producten, in enkele gevallen is allergie of bloedarmoede gerapporteerd.

Natuurlijke kleurstoffen

- E160b Annatto, Bixine, Norbixine (rood-bruin): zeer veel producten, kan allergie of eczeem veroorzaken. Welke
  stof in het mengsel hiervoor verantwoordelijk is, is echter niet altijd duidelijk.

Conserveermiddelen

- Sorbaten, Sorbinezuur, E-nummers: 200 t/m 203
- Conserveringsmiddelen: benzoaten, E-nummers : 210 t/m 219 (in dranken, siropen, medicijnen)
- Sulfieten, E-nummers: 220 t/m 228 (asthma) in gedroogd fruit, dranken, worstjes, wijn, enz.
- Nitraat/nitriet, E-nummers: 249 t/m 252 (in vlees als ham, boterhammenworst, salami)
- Azijnzuur E260
- Propionaten, E-nummers: E280-283 (in brood, bakkerij produkten, kunnen ook gecultiveerd worden in wei
  poeder)
- Anti-oxidanten E-nummers: E310-312 (in plantaardige oliŰn, margarine, gebakken voedsel, koekje, deze
  kunnen een reactie geven als u gevoelig bent voor E 210-219)
- antioxidanten E319-321: net als E310-312 (E300-309 zijn veilig)

Smaakversterkers

- Smaakversterker glutamaten, E-nummers: 620 t/m 626 (E621 is MSG)
- Guanylaten, aminosinaten, nucleotides: 627-635 (jeukende huiduitslag, hartkloppingen, nerveusiteit)

Andere

- Glansmiddel E-nummer: E906 (deze kan een reactie geven als u gevoelig bent voor E 210- 219)
- Vanilline: geen E-nummer (synthetische variant van vanille)
- HVP, HPP, gist extracten zijn geconcentreerde natuurlijke glutamaten en kunnen dezelfde reacties geven als de
  glutamaten (E-nummers: 620 t/m 626, E621 is MSG of Vetsin) bron

(verborgen) bronnen van MSG (glutamaat of smaakversterker)

Fabrikanten van glutamaat en de producenten van kant en klare producten doen er alles aan om MSG dat aan voeding wordt toegevoegd verborgen te houden voor de consument. Dit doen ze door producten te gebruiken die veel MSG bevatten, waardoor MSG niet langer herkenbaar is als een toegevoegd ingrediŰnt. De gemiddelde Amerikaan gebruikt per jaar 850 gram MSG.
Glutamaat is tevens ÚÚn van de belangrijkste neurotransmitters in het zenuwstelsel en is vooral in overmaat aanwezig in de hersenschors. Glutamaat werkt stimulerend (exciterend) op andere zenuwcellen. Vermoed wordt dat een imbalans in de verhouding glutamaat//GABA epileptische aanvallen veroorzaakt. Glutaminezuur (GLU) is het voorloper (precursor) van zowel glutamaat als GABA. Glutaminezuur mag niet verward worden met L-Glutamine (GLN) dat een van de twintig natuurlijk voorkomende aminozuren is.
De onveiligheid van glutamaat is niet geheel unaniem, waarbij het voornaamste argument geldt dat glutamaat een stof is die van nature in het menselijk lichaam voorkomt. Bijkomend kan glutamaat de hersenen niet bereiken omdat het tegengehouden wordt door de bloed-hersen-bariŔrre (BBB).
Beide argumenten kunnen weerlegd worden. Het gaat vooral om de concentratie en verhouding met andere neurotransmitters. Ten tweede kent de BBB tal van plaatsen - ook wel lekken of 'nonbarier regions' genoemd - waar glutamaat naar hartelust kan binnenstromen (zie onderstaande figuur). Het zijn net deze plekken die het meest getroffen worden door xenobiotica (lichaamsvreemde stoffen) en andere (ongewenste) stoffen zoals zware metalen en neurotoxische stoffen.

Monosodiumglutamaat of MSG is in feite de vijfde smaak, ook wel unami genoemd. De Japanse professor Kikunae Ikeda beschreef reeds in 1908 een nieuwe basissmaak tijdens het proeven van een bouillon op basis van zeewier. Hij was ervan overtuigd dat deze smaak niet kon worden samengesteld uit de vier andere basissmaken. Professor Ikeda vond deze nieuwe smaak een aangename smaakervaring en noemde deze daarom umami, het Japanse woord voor smakelijk. Termen als hartig, vleessmaak en bouillonachtig zijn vaak gebruikt in een poging de umamismaak te omschrijven. Tot op vandaag is geen enkele Westerse taal erin geslaagd een eigen term voor de vijfde smaak in te voeren. Vandaar dat nog overal de Japanse naam wordt gebruikt.
Professor Ikeda ontdekte dat de stof die verantwoordelijk is voor de umamismaak het mononatriumzout van het aminozuur glutaminezuur is. Zijn ontdekking werd onmiddellijk in de praktijk toegepast. Het gebruik van mononatriumglutamaat (monosodiumglutamaat of MSG) als smaakversterker is sindsdien een vaste gewoonte in de Aziatische keuken. In het begin van de 20ste eeuw werd MSG geŰxtraheerd uit zeewier. Vandaag wordt MSG geproduceerd door fermentatie van melasse van suikerriet, suikerbiet, zetmeel of ma´s.  bron


'de nonbarrier regions' of lekken waarheen ongewenste stoffen de hersenen - ondanks de bloed-hersen-bariŔrre - toch kunnen bereiken.
bron


Toevoegingen die altijd MSG (Monosodium Glutaminaat) bevatten

Gehydroliseerd plantaardig eiwit
Gehydroliseerd eiwit
Gehydrogeneerde plantaardige olie
Extract van plantaardige eiwit
Sodium Caseinaat
Calcium Caseinaat
Gistextract

Toevoegingen die regelmatig MSG bevatten

Mout extract
Mout flavouring maltodextrine
Natural Flavouring
Bouillon stock
Flavouring
Natuurlijke vlees of kip flavouring
Seasoning
Spices

Toevoegingen die MSG of excitotoxinen kunnen bevatten

Carrageen
Enzymen
Soja proteine concentraat
Soja proteine isolaat
Geconcentreerde wei bron





Aceetaldehyde

Werking

Aceetaldehyde is een schadelijke stof die voornamelijk ontstaat bij roken of de comsumptie van alcohol. De typische katerverschijnselen na een avondje flink drinken worden veroorzaakt door de vorming van aceetaldehyde.
Andere kenmerken zijn:

- daling van de bloedsuikerspiegel (hypoglycemie)
- stimulatie van de vetzuurproductie, wat kan leiden tot leververvetting
- vermoeidheid, zwakte, humeurstoornissen, verzwakte aandacht en concentratie
- vitamine B12 tekort

Bij langdurig alcoholmisbruik vormt zich een tweede manier om (nog meer) alcohol af te breken, door middel van de P450 route (Fase I en II van de ontgiftiging). Dit verklaart waarom alcoholverslaafden in staat zijn alcohol sneller af te breken.

Alcohol

Bij de consumptie van alcohol vormt zich aceetaldehyde (een stof met de geur van groene appels).  Levercellen zetten alcohol eerst om in aceetaldehyde en vervolgens in azijnzuur met behulp van het enzym aceetaldehydedehydrogenase. Aceethaldehyde is de stof die bij overmatige alcoholconsumtie misselijkheid en/of braken veroorzaakt.

De verslavende factor in alcohol zijn de TIQS (Tetra-hydro-iso-quinolines) die zich vormen uit aceetaldehyde. De twee voornaamste TIQS zijn tetrahydropapaveroline (THP) en salsolonol. TIQS zijn morfine-achtige bestanddelen die het endogene opiaatsysteem imiteren (net zoals de exorfinen ook doen) d.m.v. de endorfine receptoren.
Alcohol doet de productie van serotonine toenemen. Volgens sommige onderzoekers (die in de serotonine hypothese als oorzaak van depressie geloven) is alcohol gebruik te zien als een vorm van zelfmedicatie om de serotonine waarden aan te sterken.
Alcohol wordt gezien als een stof die carcinogeen is voor het bovenste gedeelte van het gastro-intestinaal traject.
Aceetaldehyde wordt ook gevormd door bepaalde metabolieten van candida, een schimmelinfectie die vooral de darmen treft. bron

Roken

Roken doet de aceetaldehyde concentraties stijgen. In een onderzoek waarbij zeven vrijwilligers werd gevraagd om elk vijf cigaretten te roken, kregen de deelnemers L-cyste´ne toegediend in verschillende concentraties (0, 1.25, 2.5, 5 en 10 mg).
Een cigaret deed de aceetaldehyde spiegel stijgen tot 228 Mmol/L. bron
5 mg L-cyste´ne was voldoende om de aceetaldehyde spiegel te doen dalen naar 0,2 Mmol/L.

Rijp fruit en koffie

Aceetaldehyde kan worden geproduceerd door de oxidatie van etheen.  Aceethaldehyde komt ook voor in rijp fruit omwille van het etheen (*) en ook in koffie. Hoe meer etheen het lichaam opslaagt des te meer aceetaldehyde wordt gevormd.

(*) Etheen of ethyleen is buiten de de meest geproduceerde petrochemische stof ter wereld, tevens een hormoon in planten. In planten heeft etheen verschillende effecten. Een ervan is dat etheen wordt geproduceerd door sommige rijpende vruchten. Deze worden climacterische vruchten genoemd. Enkele voorbeelden van climacterische vruchten zijn appels, bananen, avocados en tomaten. Niet-climacterische vruchten zullen slechts spoorhoeveelheden etheen aanmaken bij fruitrijping.
Etheen wordt dan ook gebruikt om bananen en climacterische vruchten vruchten te rijpen en om de kiemvorming te remmen bij uien en aardappelen.



calcium



Cadmium

Cadmium (Cd) is een zilverkleurig, zacht en buigzaam metaal. Het komt voor in de aardkorst en ontstaat bij de winning van zink, lood en koper. Cadmium is een zwaar metaal met een grote chemische verwantschap met zink en kwik. Deze drie elementen samen vormen het IUPAC-groepsnummer 12.
Cadmium kan al in zeer kleine hoeveelheden voor neurologische problemen zorgen en is een zeer kankerverwekkende stof. In sommige streken in Vlaanderen, zoals de Noorderkempen en in Hoboken, is de omgeving historisch vervuild met cadmium door de uitstoot van de non-ferro industrie (zinksmelters).
Inwoners van Balen, Lommel en Overpelt hebben vier keer zoveel kans op longkanker door de aanwezigheid van cadmium. Dit is het besluit van een onderzoek van professor Jan Staessens van de KU Leuven. (bron 1 en 2)
De aanvaardbare hoeveelheid cadmium die mensen dagelijks via de voeding binnen mogen krijgen, is volgens de World Health Organization (WHO) ÚÚn microgram per kilo lichaamsgewicht.
Cadmium kan diversen ziektebeelden veroorzaken, we bespreken de volgende aandoeningen:

- dyslexie
- bloedarmoede (anemie)  bron
- osteoporose
- verminderde ontgiftiging en oxidatieve stress
- astma en andere longaandoeningen
- verhoogde bloeddruk
- verstoorde schildklierwerking
- nierproblemen, verlies van eiwit via de urine
- kanker
- zink deficiŰntie

Niet-voeding

Cadmium wordt aangetroffen in soldeersel, oplaadbare batterijen (75% van de cadmium wereldproductie), gegalvaniseerde platen, in kratten en pallets, loden waterleidingen (voor 1945), accu's, in plastiek, PVC en oude verflagen van voor 1980 (geel, oranje en rood) en oude ceramische producten. Bovendien ontstaat cadmiumstof bij het recyclen van ijzer en staal. Conserven en drankblikken (= gegalvaniseerd) die (vaak niet zichtbaar of een deukje) zijn beschadigd kunnen cadmium vrijgeven. Andere bronnen zijn luiers, maandverbanden, tentdoek en leder.  bron
Bij de verbranding van fossiele brandstoffen (auto's, verwarming, industrie) komt cadmium vrij.  Een andere belangrijke bron van cadmium is de productie van fosfaatkunstmeststoffen. Een deel van het cadmium eindigt in de bodem nadat de meststof is toegepast op het land, de rest van het cadmium komt terecht in oppervlaktewateren wanneer afval van de productie van kunstmeststoffen wordt gedumpt.
Verder wordt cadmium ook gebruikt in beeldschermen (TV's, monitors en laptops), cadmium zorgt ervoor dat een electronenstraal omgezet kan worden in kleurverschillen.

Rokers of mensen die passief meeroken (ook wierook) absoberen het meeste cadmium. Een cigaret 'verbruikt' zowat 60 mg vitamine C. Tevens wordt 10% van het cadmium ge´nhaleerd wat 1 tot 3 microgram (1000 tot 3000 ppm) cadmium per cigaret oplevert. Rekening houdend dat het suppleren van cyste´ne bij voorkeur vergezeld gaat van drie keer zoveel vitamine C heeft een roker die 25 cigatetten rookt minimaal 125 mg cyste´ne en 1875 mg vitamine C per dag nodig. Vitamine C is betrokken bij meer dan 300 biologische processen. In tegenstelling tot de meeste dieren kan de mens zelf geen vitamine aanmaken.

Voeding

In voedsel kan cadmium gebonden aan eiwitten voorkomen. In tegenstelling tot lood wordt cadmium wÚl opgenomen door de planten, waaronder groenten en fruit. 6% van het met het voedsel opgenomen cadmium wordt ook daadwerkelijk geresorbeerd.  Een klein deel hiervan wordt wederom uitgescheiden, terwijl een groter deel ook geaccumuleerd kan worden als er geen metallothione´ne meer voorhanden is.
Vooral bladgroenten (sla, spinazie), aardappelen, selder, tarwe, rijst, olierijke zaden en oliŰn, weekdieren, zoetwater grondvissen (paling, karper), grote zeevissen (tonijn, zwaardvis), cacaopoeder en orgaanvlees (nieren, lever) van vee uit vervuilde gebieden is de belangrijkste bron van cadmium in onze voeding. Fruit bevat veel minder cadmium dan bladgroenten. Hoewel suiker geen bron is van cadmium, verhoogt suiker de opname van cadmium.

Paddestoelen

Paddestoelen absorberen het meeste cadmium. Ervan uitgaande dat paddestoelen 10% droge stof hebben en er cadmiumwaarden zijn gemeten van 300 mg per kg droge stof, kan een portie van 200 gram paddestoelen maar liefst 6 mg cadmium bevatten. bron  Voor een kind met een lichaamsgewicht van 30 kg is dit volgens het WGO 200 keer hoger dan de veiligheidsmarge toelaat.

Dit maakt paddestoelen een van de meest ongezonde groenten, op voorwaarde dat ze worden geteelt in een gepolueerde omgeving. Dit is een bijkomend argument om  voeding te voorzien van een tracering. Zo is de consument ge´nformeerd aangaande de oorsprong van zijn voeding. Tracering wordt reeds toegepast in grootkeukens, maar nog niet op de verpakking van voeding voor de eindconsument.
Bij metingen in niet gepolueerde gebieden, waren de cadmiumwaarden van de weidechampignon - wereldwijd de meest geteelde paddestoel - tussen de 5 en 50 mg per kg droge stof. Omgezet naar verse champignons betekent dit tussen de 0,1 mg en 1 mg per portie van 200 gram verse champignons. Voor een kind met een lichaamsgewicht van 30 kg betekent dit 3 tot 30 keer keer hoger dan de maximale waarde.  bron

Het maximumgehalte aan cadmium in alle gekweekte paddestoelen is vastgesteld (EG-verordening nr. 466/2001) op 0,2mg/kg vers gewicht, terwijl het maximumgehalte aan lood hiervoor is vastgesteld op 0,3 mg/kg vers gewicht. bron  Deze 0,2mg per kg vers gewicht is hoger dan de veiligheidsnorm van het WGO.

Werking

De samenstelling van de maaltijd heeft invloed op de hoeveelheid cadmium die het lichaam opneemt. Zo heeft calcium invloed op de opname van cadmium. Hoe meer calcium in de voeding en het lichaam, hoe minder cadmium wordt opgenomen en andersom.
Ook de hoeveelheid ijzer in het bloed is van belang. Hoe meer ijzer in het bloed, hoe minder cadmium wordt opgenomen. Mensen die relatief weinig ijzer binnenkrijgen via de voeding, zullen daarentegen weer meer cadmium opnemen.
Cadmium wordt voor veertig tot tachtig procent opgeslagen in de nieren en de lever. Wie relatief weinig cadmium binnenkrijgt, slaat dertig tot vijftig procent op in de nieren. Cadmium wordt uitgescheiden in de urine. Na twintig jaar is ongeveer de helft van het cadmium uit het lichaam verdwenen.

De giftigheid van cadmium ontstaat vooral doordat het element de plaats van zink in belangrijke verbindingen inneemt en hun activiteit hierdoor belemmert. Omdat zink belangrijk voor de spermaproductie is, kan deze door de inname van cadmium worden verstoord. Bovendien kunnen wisselwerkingen tussen cadmium en ijzer vooral bij zwangere vrouwen anemie veroorzaken. Omdat de placenta een werkzame barriŔre voor het element is, is de kans op schade van het kind in het lichaam van de moeder door cadmium redelijk laag.
Na de absorptie wordt het element naar de lever getransporteerd, waar het met het enzym metallothione´ne reageert dat het lichaam voorlopig voor cadmium beschermt. Bij een grotere inname wordt het echter verder getransporteerd en bindt het zich ook aan ander eiwitten.  
Reacties van het lichaam op cadmium zijn verder braken, buikpijn en krampen. Vooral bij inhalatie van stoffen komt het tot irritaties van de luchtwegen, vergeling van de tandhalzen en gewichtsreductie.
Cadmium is een stof die zich met het toenemen van de leeftijd opstapelt. Mensen met een slecht werkende ontgiftiging (4 keer meer jongens dan meisjes) krijgen hierdoor diverse neurlogische klachten, waaronder dyslexie en oxidatieve stress.
Cadmiumvergiftiging kan leiden tot de itai-itaiziekte, dat uit het Japans vertaald kan worden als "pijn-pijn"-ziekte. bron


De verwerking van cadmium in het lichaam
(Cd = Cadmium - Mt = metallothione´ne)
bron


Dagelijkse inname

De geschatte dagelijkse inname ligt voor BelgiŰ tussen de 18 en 23 mcg (microgram of ug)/dag. (Van Cauwenbergh et al., 2000 - Deelstra et al., 1996 - Buchet et al., 1983).
Ter vergelijking, bij risicoberoepen liggen de waarden als volgt: metaalproductie:12 mcg/m│ en vervaardiging van batterijen: 50 mcg/m│)
Rokende volwassenen met ijzertekort abosorberen het meeste.  bron

Halfwaardetijd en accumulatie

Cadmium heeft een lange biologische halfwaarde tijd (20 tot 30 jaar) en kan zich daarom ophopen in het lichaam. (Deelstra et al., 1996)
Een tekort aan ijzer en calcium kan de cadmiumwaarden verhogen. (O.Daniel, J.Schlatter. Toxicity of dietary cadmium: a review. Mitt. Lebensm. Hyg. 90, (1999), blz. 734 - 750)

Metallothione´ne

Metallothione´nes zijn kleine cyste´ne-rijke eiwitten met een hoge affiniteit voor zware metalen zoals zink, kwik, koper en cadmium. Ze spelen een belangrijke rol in de cel, o.a. bij de detoxificatie van zware metalen, de bescherming tegen vrije radicalen (oxidatieve stress) en de zink homeostase (het fysiologische evenwicht tussen de intra- en extracellulaire vloeistoffen).

(*)(1 ppm = 1 gram per 1000 kg en 200 ppm = 200 deeltjes per miljoen deeltjes of 200 g/ton of 200 mg/kg.

Opgebruikt metallothione´ne betekent dat de zware metalen vrij spel krijgen. Deze zware metalen hebben een remmende (inducer) invloed op Fase I van de ontgiftiging. Glutathione-S-transferase of GST (Fase II) is een enzym-familie die beschermt tegen oxidatieve stress door het reduceren van hydrogeen peroxide en het regenereren van de geoxideerde (gebruikte) vitamines C en E. Sommige organen hebben tot 10% van de totale cytosole eiwitten in GST's.
GST's ontgiften tevens elektrofiele stoffen zoals solventen (oplosmiddelen), herbiciden, fungiciden, polycyclische aromatische hydrocarbonate en zware metalen (kwik, lood en cadmium).
Voor de werking van GST is glutathione veriest, een stof die bij mensen met neurologische klachten vaak tekort is.

Vier keer meer mannen dan vrouwen met ADD/ADHD en ASS

Metallothione´ne aanmaak wordt gestimuleerd door twee vrouwelijke hormonen, estradiol en progesteron (via het enzym P45017A). Estradiol komt (in mindere mate) ook voor bij mannen (enzymen zetten testosteron om in dihydrotestosteron en estradiol). Dit kan een verklaring zijn waarom 4 maal zoveel jongetjes dan meisjes ADD/ADHD en ASS ontwikkelen omdat metallothione´ne de eerste in lijn is om de zware metalen en de oxidatieve stress op een afstand te houden.
Jongens hebben minder metallothione´ne, waardoor de zware metalen zich opstapelen en - om het in farmacologische begrippen te formuleren - bijwerkingen gaan vertonen. Elke bijwerking heeft een onderliggende biologische wisselwerking, een soort van cascade-effect of een chronologisch verloop. Bij zware metalen zijn het de enzymen die het eerst worden getroffen.

Een deel van deze enzymen zijn verantwoordelijk voor de aanmaak van neurotransmitters (dopamine, endorfine, serotine, noradrenaline), andere voor de vertering (DPP-IV, eiwitverterende enzymen) en anderen voor de ontgiftiging. Het accumuleren van toxinen kan verklaard worden doordat sommige toxinen de mogelijkheid om te ontgiften afremmen. Men zou het zo kunnen stellen: sommige stoffen hebben een dubbele werking, ze belasten het lichaam (bv. zware metalen) en ze remmen de mogelijkheid van het lichaam om zich van deze stoffen te ontdoen. Bovendien hebben een aantal van deze stoffen een bijzonder lange halfwaardetijd (cadmium en kwik) of de tijd dat een stof nodig heeft om twee keer zo klein te worden.

Aandoeningen die gerelateerd zijn aan een verhoging van de oxidatieve stress zijn talrijk, een aantal voorbeelden zijn:

1. Kanker : vrije radicalen werken mutageen door verbinding met DNA
2. Cardio-vasculaire ziekten : myocardischemie, atherosclerose
3. Diabetes
4. Rheumatische aandoeningen : inflammatie verhoogt de productie van ROS
5. Huidaandoening : Psoriasis
6. Ogen : cataract, degeneratie van het netvlies en de "retinopathie van de prematuur"
7. Hersenen : Parkinsonisme, Alzheimer, Dementie
8. Longen : ARDS, astma doet ROS productie verhogen
9. Veroudering wordt deels verklaard door de overproductie van ROS  bron

Bloedarmoede of anemie

Anemie is bij kinderen over de gehele wereld een groeiend probleem. In een studie waarbij kinderen met anemie werden vergeleken met gezonde kinderen, bleek dat bij de kinderen met ferriprieve anemie (bloedarmoede door een ijzertekort) zeer hoge cadmium, lood en koperwaarden werden gemeten. bron

Chronische bronchitis

Cigaretten zijn een belangrijke bron van cadmium en hoewel er minder cadmium in tabak zit dan in voedsel, wordt deze stof gemakkelijker opgenomen door de longen (95%) dan door het gastro-intestinaal traject (5%). Dit verklaart waarom rokers zoveel last hebben van chronische bronchitis.  Cadmium is tevens een van de (hoofd)oorzaken van emfyseem (longziekte).  (bron 1 en 2)

Verhoogde bloeddruk

Cadmium heeft een bloeddruk verhogende werking. (bron 1 en 2)

Verstoorde schildklierwerking

De schildklier maakt eigenlijk drie hormonen, namelijk de hormonen T3 (trijodothyronine, ongeveer 20%), T4 (thyroxine, ruim 80%) en calcitonine. Deze laatste remt de afbraak van botweefsel en de lactatie. T4/T3 en calcitonine hebben functioneel niets met elkaar te maken.
T3 is het direct werkzame hormoon, T4 is eigenlijk een soort voorloper-hormoon, dat onder andere in de lever wordt omgezet in het actieve T3. Jodium is een belangrijk bestanddeel van schildklierhormoon: T4 bevat 4, en T3 bevat 3 jodium-atomen. Als er voldoende schildklierhormoon in het bloed aanwezig is, dan wordt dat via een terugkoppeling (feedback) gesignaleerd door de hypothalamus en de hypofyse; deze verminderen hierop de productie van respectievelijk TRH en TSH. T3 en T4 zijn van belang voor de stofwisseling, verbranding in de cellen en de groei.

Schildklierproblemen (hypothyreo´die) nemen de laatste jaren toe. De milde vorm van hypothyreo´die blijft in de meeste gevallen ongediagnostiseerd wanneer de bloedtest als diagnosticum wordt gebruikt. Onduidelijk is waarom schildklierproblemen meer voorkomen bij vrouwen dan bij mannen.
Een betere werkwijze is het meten van de basale lichaamstemperatuur volgens de methode van Dr. Barnes. (bron 1 en 2)
Cadmium is net als zink, lood, ijzer, manganese, verschillende sulfaten en   molybdenum een koper-antagonist. bron  Volgens onderzoek is cadmium misschien wel de belangrijkste veroorzaker van schildklier problemen.

Snel vermageren doet toxinen vrijkomen

De schildklier is een filterorgaan. Het filtert de benodigde nutriŰnten uit de bloedbaan. Bij een tekort aan jodium (zes miljoen Nederlanders hebben een jodium deficiŰntie - bron ) zal deze filter vergroten om zo meer bloed te kunnen filteren in de zelfde tijd, in de hoop meer grondstoffen tot zich te kunnen nemen. De vergrote schildklier is daarmee een directe indicatie voor een jodiumtekort. Door die filterwerking worden ook ongewenste mineralen gevangen en opgeslagen waardoor bijvoorbeeld de enzymatische processen minder effectief kunnen worden.
De schildklier is bijzonder gevoelig voor toxinen. Nemen mensen in gewicht af, komen cadmium en andere toxinen die in het vetweefsel zijn opgeslagen vrij. Hierdoor kan de schildklierhormoonspiegel zeer snel dalen, waardoor het basale metabolisme (de snelheid waarmee het lichaam calorieŰn verbrandt) vermindert en het afvallen plots niet meer lukt. Wie aan het lijnen gaat, kan best ontgiften en een multi vitaminen/mineralen preparaat nemen.

Proteinurie of eiwitverlies in de urine

Cadmium stapelt zich verder op in de nieren en kan de nierwerking verstoren. In een Belgische bevolkingsstudie in de buurt van 3 zinksmelters werd een verband vastgesteld tussen een hogere blootstelling aan cadmium en een verhoogd verlies van eiwitten, calcium en aminozuren in de urine. Dit wijst op een verminderde filterfunctie van de nier. (bron 1, 2 en 3)
Proteinurie kan je zelf nagaan door een potje ochtendurine een paar dagen in de koelkast te plaatsen. Als er zich een ondoorzichtige laag op de bodem vormt is er sprake van eiwitverlies.


Eiwitverlies in de urine bij mensen die beroepsmatig zijn blootgesteld aan cadmium
bron



Osteoporose

Teveel calcium in onze voeding kan juist botontkalking en botbreuken veroorzaken. Dit kan verklaard worden doordat teveel calcium leidt tot een veroudering van de beencellen. Bij botontkalking gaat niet over te weinig calcium, maar wel over een vroegtijdige veroudering van de beencellen.  (bron 1, 2 en 3)
De nadelen van melk (producten) worden op de volgende pagina besproken.
Een team van onderzoekers in Argonne hebben voor het eerst aangetoond dat bij cadmium blootstelling, de botten reeds na een paar uur calcium beginnen te verliezen, lang vooordat de nieren worden beschadigd en dat bij concentraties die onder de OSHA (Occupational Safety and Health Administration) normen liggen van 5 ug. bron

Kankerverwekkend

Cadmium is kankerverwekkend bij dieren en wordt door het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) geklasseerd als kankerverwekkend bij de mens (groep 1) en door de Environmental Protection Agency (EPA-classificatie groep B1) van de Verenigde Staten als Ĺwaarschijnlijk kankerverwekkend bij de mensĺ. Een kankerrisico van 1,8.10-│ geldt voor een levenslange blootstelling aan 1Ág cadmium (WGO, 1987).
Langdurige blootstelling aan cadmium via de lucht kan leiden tot longkanker en prostaatkanker.  (bron 1, 2 en 3)

Dyslexie

Is er een verband tussen cadmium en dyslexie? Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat kinderen met dyslexie hoge cadmiumwaarden hebben. Bij vergelijkingen tussen een normale en dyslectische kinderen, bleek dat de kinderen met dyslexie gemiddeld 25 keer hogere cadmium waarden hebben (zie onderstaande figuur).
Opvallend is dat alle onderzoeken dezelfde verhoudingen aantonen: (bron 1, 2, 3, 4 en 5)

- vier tot vijf keer meer jongens dan meisjes
- de cadmium concentraties zijn het hoogst bij kinderen (in dalende volgorde) met zwart, bruin, blond en rood
   haar.
- gedurende de zomer zijn de cadmiumwaarden twee keer zo hoog dan tijdens de winter
- kinderen in dichtbevolkte gebieden hebben meer cadmium dan kinderen van het platteland  bron


Cadmium concentraties bij normale en dyslectische kinderen
bron