: dit zijn factoren uit de fysieke omgeving die invloed uitoefenen op het epigenoom (verzameling van de factoren die de expressie van de genen wijzigen) en dit bij 'early onset' (jongere leeftijd) als 'late onset' (oudere leeftijd). ADD symptomen kunnen zich vanuit deze optiek evengoed ontwikkelen na de leeftijd van 7 tot zelfs 30 jaar.
Volgens Professor Frits Muskiet - hoogleraar pathofysiologie - zijn we perfect aangepast aan de omgeving, maar we hebben in nog geen 200 jaar deze omgeving drastisch veranderd. Dat heeft geleid tot een conflict tussen ons oeroude genoom (de som van het erfelijk materiaal van de mensheid) en die nieuwe omgeving. (
).
Tarwe is met meer dan 23.500 verschillende eiwitten en een genoom dat 5 keer omvangrijker is als dat van de mens, een van de meest complexe voedingsstoffen. (
1,
2 en
3) Tarwe en in het bijzonder gluten (gliadine) worden in verband gebracht met een aanzienlijk deel van de epigenoom- en immuunproblematiek. Auto-immuun ziekten zoals autisme ontstaan onder meer doordat voedingsantistoffen een kruisreactie aangaan met en zich richten tegen lichaamseigen weefsel. Professor Vodjani beschreef in
2003 en
2004 voor het eerst dit degeneratieve proces waarbij gluten, caseïne en ethylkwik (griepvaccins) betrokken zijn. De klassieke reguliere onderzoeken die de immunologische reacties ten gevolge van gluten meten (IgE, IgA), brengen minder dan 1% van de totale gluten overgevoeligheidsproblematiek in kaart. De patiënt krijgt door deze dunne logica een misleidend veiligheidgevoel met het in stand houden van de gen-omgevingsinteractie-factor en dito ziekteverloop tot gevolg. In dit geval
gluten-sensitieve-enteropathie.
De ongewenste reacties op gluten zijn overwegend van niet-immunologische aard maar veroorzaken daarentegen complicaties met immunologische gevolgen. Zoals de verstoring van de bèta-endorfine huishouding (
exorfinen) en beschadiging van de darmwand. Echter zonder de klassieke symptomen: coeliakie kenmerken, diarree en magerzucht. Een aanzienlijk deel van onze cliënten krijgen niet zozeer te maken met voeding gerelateerde fysieke klachten, dan wel met de psychische klachten.
3. Pathologische factoren: er zijn meer dan 300 medische toestanden die - los van een erfelijke predispositie - ADD/ADHD en (atypische) ASS symptomen tot gevolg kunnen hebben. 70% van de kinderen met schildklierproblemen beantwoorden aan de AD(H)D criteria. (
bron).
Prenatale contaminatie door stress en xenobiotische stoffen (chemische stoffen, geneesmiddelen, milieu) met inbegrip van de premature geboorten. In Amerika wordt een op acht kinderen prematuur geboren (bevalling voor 37 weken), dit zijn meer dan een half miljoen babies per jaar. (
bron) Desondanks de anti-rook en anti-alcohol campagnes voor zwangere vrouwen is er sprake van een toename van 36% ten opzichte van 1980.
Stress, de immunosuppressieve factor. Zowat alle onderzoeken bevestigen dat stress een belangrijke factor is die invloed heeft op het psychisch en lichamelijk functioneren. Aanhoudende belastende stress verhoogt cortisol (stresshormoon) en daarmee is stress een van de meest potente ziektemakers die we kennen. Meer cortisol betekent meer voedselovergevoeligheden en allergieën, meer oxidatieve stress, meer depressie en vijf keer minder metallothioneïnen, dit zijn eiwitten die instaan voor de verwijdering van zware metalen en andere xenobiotica. Bovendien is de gevoeligheid voor stress groter bij kinderen van moeders die tijdens de prenatale periode moe of depressief waren of moeite hadden met prikkel- en stressverwerking.
Methylfenidaat, het ADHD middel bij uitstek verhoogtt de cortisol concentratie, terwijl MDMA (Ecstasy of XTC) een cortisol stijging van 800% tot gevolg heeft.
Bèta-endorfine en (borst) kanker
Gedurende de vorming van een beginnende tumor van een paar kubieke milimeters groot (ongeveer een miljoen kankercellen) heeft een tumor geen extra voeding nodig. Zodra het gezwel uitbreidt, zijn er angiogenetische factoren nodig, deze vormen de nieuwe bloedvaten en voorzien de tumor van zuurstof, energie en bouwstoffen om verder te kunnen groeien. Morfine en exorfinen stimuleren de angiogenetische factoren, zodat de tumor kan groeien. Dit wordt mogelijk gemaakt door bepaalde receptoren op de kankercellen te 'misleiden', met name de MOR of mu opioïde receptoren. Deze MOR reguleren de expressie bèta-endorfine en bevinden zich in de hersenen, ruggenmerg, maag-darmkanaal, huid en lymfocyten. Bèta-endorfine wordt aangemaakt in de hypofyse. De MOR signaaloverdracht van bèta-endorfine op de kankercellen belet de ontwikkeling van angiogenese, dat als een soort 'kanker-herkenningssignaal' werkt. Exorfinen hebben een bindingskracht tot de MOR die 40 tot 200 keer sterker is dan morfine. Daarmee bevorderen exorfinen - meer dan morfine - de vorming van angiogenese. Hetzelfde mechanisme doet zich onder meer voor bij prostaatkanker, testeskanker, darmkanker, longkanker en pancreaskanker. (**)
Borstkanker kan men opsporen door middel van een mammografie. Het probleem is dat de kanker zich reeds heeft gevormd en chemotherapie moet worden ingezet. Een meer preventieve benadering is het onderzoeken van de kankergroei stimulerende factor (exorfinen onderzoek). Het stimuleren van de bèta-endorfine productie en een exorfinen-vrij dieet is derhalve kankerpreventief. |
Het PNI-qEEG of het Psych-Neuro-Immunologisch kwantitatief elektro-encefalogram is een diepteanalyse van de hersenactiviteit met betrekking tot bepaalde processen - bijvoorbeeld: stress, exorfinen en bèta-endorfine werking - en geeft onder meer informatie over de cerebrale subtypes van ADD, ADHD en ASS. Tevens kan het herstelproces via objectieve parameters worden opgevolgd en bijgestuurd. Stress en de als gevolg neuro-endocrinologisch systeem belasting (corticale inhibitie en facilitatie ratio) zijn goed waarneembaar door middel van een
PNI-qEEG en EMG (huidspanning). In tegenstelling tot het 19-punt qEEG - dat eerder tot doel heeft een neurofeedback protocol op te stellen - geeft het PNI-qEEG belangrijke informatie over fysiologische processen met neurologische gevolgen.
Exorfinen zijn voedingsstoffen (gluten, caseïne) die in normale omstandigheden onmiddellijk worden afgebroken door (DPP-IV) enzymen in aminozuren. Door diverse dysfuncties van de DPP-IV enzymen blijven de
exorfinen hun activiteit behouden en verstoren ze de receptoren die instaan voor de aanmaak van
bèta-endorfine. Deze stof is zowel actief als neurotransmitter (hersenen) en hormoon (bloedbaan) en reguleert diverse neurologische, hormonale, immunologische en emotionele processen. Exorfinen worden gemeten door middel van een urineonderzoek, terwijl de neurologische gevolgen van een exorfinen excess meetbaar zijn via een PNI-qEEG.
Lucas Flamend is ADD en HF-ASS ervaringsdeskundige, verpleegkundige, orthomoleculair therapeut en heeft negen jaar ervaring op het gebied van ADD, ADHD, ASS, depressie en immuun gerelateerde ziektebeelden (CVS, fibromyalgie, allergieën, eetstoornissen, voedselovergevoeligheden) en is grondlegger van de PNI-qEEG geïntegreerde therapie. Zijn praktijk bevindt zich in Joure (NL) en Lier (België).
Lucas Flamend werkt samen met psychiater Age Smilde,
ADHD-specialist in Friesland en Noord-Nederland. Integrale psychiatrie is een wereldwijd groeiende beweging waarbij, kort samengevat, complementaire en alternatieve geneeswijzen (CAG) in de reguliere psychiatrie worden geïntegreerd, op basis van wetenschappelijk onderzoek naar veiligheid en effectiviteit.
De informatie op deze website is bestemd voor persoonlijke, niet-commerciële en louter informatieve doeleinden en is niet bedoeld als vervanging van het advies, diagnose en/of behandeling van een arts.